Proefdiervrije methoden

Transitie Proefdiervrije Innovatie


TPI is een programma van de overheid met als doel: versnelling en vernieuwing van methoden en technieken zonder proefdieren die model kunnen staan voor de mens. Denk bijvoorbeeld aan: cellen in weefselkweek, een organ-on-a-chip, big data en kunstmatige intelligentie. Het is een verandertraject van experimenteel onderzoek mét proefdieren, naar een wereld waarin onderzoekers meer en meer onderzoek kunnen uitvoeren zónder dieren.

In juni 2018 is Carola Schouten, de toenmalig minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dit initiatief gestart door de publicatie van een Kamerbrief. Hierin legt ze uit hoe zij met een groep partners de overgang naar proefdiervrije innovatie wil aanpakken. De ambitie van deze groep is: ‘Nederland als voorloper in de internationale transitie naar proefdiervrije innovatie.’

Groeiende overtuiging

De ontwikkeling van technologie en wetenschap gaat razendsnel. Onder een deel van de wetenschappers, ondernemers en maatschappelijke organisaties groeit de overtuiging dat het in de toekomst mogelijk wordt om zonder proefdieren effectiever onderzoek te doen naar nieuwe geneesmiddelen en naar de veiligheid en risico’s van (chemische) stoffen voor de mens. Dat is een ingewikkelde opgave. Dierproeven zijn op veel gebieden een wettelijke verplichting en/of de enige mogelijkheid. Zolang dit het geval is, zijn dierproeven nog onmisbaar en is zorg voor het welzijn van proefdieren belangrijk in de vorm van het 3V-beleid: vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven.

Om te innoveren en daarbij ook het 3V-beleid te versterken zal proefdiervrije innovatie verder en sterker moeten worden gefaciliteerd en gestimuleerd. De centrale vraag van TPI is dan ook: wat kunnen we beter zonder proefdieren?

  • Beter voor de gezondheid van patiënten die medicijnen nodig hebben zonder bijwerkingen.
  • Beter voor de gezondheid van werknemers en consumenten die niet blootgesteld moeten worden aan onveilige stoffen en producten.
  • Beter voor de gezondheid van omwonenden van fabrieken en akkers waar veilig wordt geproduceerd.

Partners

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft, als beleidsministerie voor dierproeven een regierol in het transitietraject. De partners, die de kern vormen van TPI, zijn:

  • Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
  • Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
  • Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)
  • Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)
  • De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU)
  • Proefdiervrij
  • Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
  • Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF)
  • Young TPI
  • Topsector Life Sciences & Health
  • Universiteiten van Nederland (UNL)
  • ZonMw
  • De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), agendalid van TPI
  • Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad), agendalid van TPI.

De partners van TPI komen uit de overheid, de samenleving, het bedrijfsleven en de wetenschap. Proefdiervrije innovatie speelt zich namelijk op veel verschillende terreinen af. Alle partners pakken op hun eigen terrein hun rol en verantwoordelijkheid om aan TPI te werken. De partners hebben ook internationale netwerken die zijn verbonden aan TPI-activiteiten. Want, onderzoek en wetenschap zijn sterk internationaal georiënteerd. Dit hebben we in de praktijk gezien met de wereldwijde samenwerking van wetenschappers in de zoektocht naar een vaccin tegen Corona. Ook worden zowel wet- en regelgeving als testmethodieken internationaal na validatie vastgesteld.

Verdiepen, verankeren, verbreden

De TPI-partners willen proefdiervrije innovatie-praktijken verdiepen. Wat al zonder proefdieren kan, willen ze in verankeren in regels. Om innovatie verder te brengen is het nodig om het netwerk internationaal te verbreden.

Deel deze pagina