Astma

3 juni 2016

Wereldwijd lijdt naar schatting één op de tien mensen aan astma. Astma is een blijvende ontsteking van de longen. De ziekte is niet te genezen, maar wel te behandelen. Onderzoek met dieren heeft een grote rol gespeeld bij het begrijpen van de ziekte en het ontwikkelen van inhalatiegeneesmiddelen. Patiënten kunnen veilig medicijnen inademen om hun benauwdheid te verlichten.

Waarom dierproeven?

Astmapatiënten gebruiken vaak twee soorten medicatie, die zij inademen, ook wel inhaleren genoemd. De ene soort remt de ontsteking en de andere soort heft de benauwdheid op. Dankzij deze geneesmiddelen kunnen de meeste astmapatiënten goed functioneren. Om deze middelen veilig te kunnen geven aan astmapatiënten, is dierproefonderzoek gedaan.

Wat is het resultaat van dierproeven?

Dankzij verbeterde medicatie daalt het sterftecijfer van astma. Patiënten hebben bovendien een betere kwaliteit van leven. Toch weten we nog steeds niet alles over de oorzaken van astma. Onderzoek met proefdieren vergroot onze kennis.

  • Inhalatiegeneesmiddelen: puffers
    Onderzoek op cavia’s heeft ons al in de jaren zestig fundamenteel inzicht in astma gegeven. Op grond van dit onderzoek zijn inhalatiegeneesmiddelen ontwikkeld.
  • Behandelingen
    Studies op cavia’s en later apen hebben eind jaren negentig geleid tot een nieuwe, succesvolle behandeling van astma. Bijvoorbeeld een middel dat de aanmaak van leukotrieën afremt en daarmee de ontsteking en vernauwing van de luchtwegen vermindert.
  • Heropvoeding van afweer
    Onderzoekers werken aan een behandeling die de prikkels blijvend wegneemt door heropvoeding van het afweersysteem. Dit resetten is nog niet zo eenvoudig.
  • Onderzoek naar genen
    Tegenwoordig kijken onderzoekers naar de rol van genen bij astma. Hiervoor doen ze onderzoek bij muizen. Er zijn nog geen toepasbare resultaten bekend.