Suikerziekte

3 juni 2016

Suikerziekte, ook wel diabetes genoemd, is een ongeneeslijke stofwisselingsziekte die het leven sterk kan bekorten als de ziekte niet wordt behandeld. Dit komt onder andere door de orgaanschade die dan optreedt. Aan het begin van de twintigste eeuw is insuline (gewonnen uit slachtvarkens) als geneesmiddel ontwikkeld. Sindsdien kunnen miljoenen mensen in de wereld met suikerziekte leven. De ontdekking is mede aan dierproeven te danken.


Waarom dierproeven?

Dierproeven hebben een tekort aan het hormoon insuline als oorzaak van suikerziekte aangetoond. Soms is dat aangeboren, soms ontwikkelt het zich in de loop van het leven. De ontdekking heeft tot geneesmiddelen geleid waardoor patiënten kunnen blijven leven, weliswaar met uitdagingen, beperkingen en risico’s. Diabetes is nog steeds een ongeneeslijke ziekte, die bovendien steeds vaker voorkomt. De voedselvoorziening verbetert wereldwijd, maar leidt ook vaker tot overmatige consumptie en dat kan het ‘metabool syndroom’ veroorzaken. Met dierproeven zoeken we op verschillende manieren naar methoden om diabetes te voorkomen, te behandelen of zelfs te genezen.

Wat is het resultaat van dierproeven?

  • Inzicht in ontstaan van diabetes 

    Diabetes type II en metabool syndroom kunnen worden uitgesteld of zelfs voorkomen, indien we de goede voedingsmethoden definiëren en met name de echte boosdoeners uit de voeding weren.
  • Insuline
    Dankzij dierproeven is ontdekt dat gebrek aan insuline de oorzaak is van diabetes type I. Daardoor kon insuline worden ontwikkeld om de bloedsuikerspiegel te laten dalen. Onderzoekers blijven zoeken naar verbeteringen en naar een behandeling van de ziekte. Tegenwoordig wordt insuline op biologische wijze geproduceerd en niet meer uit varkens gewonnen.
  • Insuline toedienen
    Niet iedere patiënt kan insuline spuiten, daarom zoeken we andere manieren om dit hormoon toe te dienen. Het onderzoek met honden, ratten en andere dieren heeft geleid tot hulpmiddelen als een pompje, pleisters en poeders. Zowel een te hoog als een te laag bloedsuikergehalte is gevaarlijk. Het is soms nodig dat de patiënt frequent zijn bloedsuikergehalte meet, hiervoor ontwikkelen we biosensoren.
  • Transplantatie
    Insuline producerende cellen zijn bio-monitor en insulinebron ineen. Ze worden ingespoten in de poortader en nestelen zich vervolgens in de lever, waar ze hun werk kunnen doen. Er wordt gekeken naar cellen van dieren, maar op termijn kunnen we mogelijk ook cellen van de patiënt in het laboratorium aanpassen op deze taak en inspuiten.