Zoektocht naar fundamentele inzichten en medicijnen tegen kanker

21 december 2017

Volgens hoogleraar Ewa Snaar-Jagalska is het testen van geneesmiddelen alleen op een kankercel niet genoeg. Kanker is een genetische ziekte die ontstaat in een cel. Kankercellen om testen op uit te voeren kunnen gekweekt worden in het lab. Dit soort testen zijn relatief eenvoudig, niet te duur en controleerbaar. Om deze cellen te kunnen bestuderen voegen onderzoekers nieuwe geneesmiddelen toe aan de flesjes waarin de kankercellen gekweekt worden. De onderzoekers kijken vervolgens of de kankercellen sterven of verder groeien. Maar kanker ontwikkelt zich in een lichaam, omgeven door andere typen cellen en bloedvaten. Hierdoor is bijna altijd vervolgonderzoek nodig met een proefdier. In dit soort onderzoek worden muizen vaak ingespoten met menselijke kankercellen. Deze proeven met muizen duren lang en zijn kostbaar. In haar kankeronderzoek gebruikt Ewa Snaar-Jagalska zebravislarven als een innovatief model. Zebravislarven zijn geschikt vanwege de overeenkomsten met mensen in zowel tumorstructuur als genen. Op jonge leeftijd zijn de zebravislarven doorzichting. Hierdoor kunnen processen ‘live’ in beeld worden gebracht. Dit wordt gedaan door bepaalde type cellen kleuren te geven. Hierdoor kunnen uitzaaiingen en de ontwikkeling van de cellen gedetailleerd in kaart worden gebracht.

Mevrouw Snaar-Jagalska geeft aan dat het onderzoek nu al tot belangrijke resultaten heeft geleid. Er is een nieuw gen gevonden dat betrokken is bij de ontwikkeling van prostaatkanker.

Bron: Universiteit Leiden