Aantasting van dierenwelzijn

24 mei 2016

In Nederland spreken we bij dierproeven niet over pijn, maar over van het dierenwelzijn. Daarmee bedoelen we meer dan pijn alleen. Ook stress, alleen-zijn, angst en ziekte worden meegerekend. Sinds 2014 hanteren vergunninghouders een schaal van 1 tot en met 4 om de aantasting van het welzijn te meten. Zo valt onder schaal 2 het onder narcose brengen van een proefdier en het dier daaruit laten ontwaken. Onderzoekers zijn verplicht pijn zo veel mogelijk tegen te gaan, bijvoorbeeld door verdoving of pijnbestrijding. Het kan ook zijn dat zij een proefdier doden voordat ernstige pijn optreedt. In 2014 is bij 78,1% van de dierproeven een lichte aantasting van het welzijn vastgesteld. In 2,7% van de gevallen is ernstige aantasting geconstateerd.

Instantie voor Dierenwelzijn
Als het welzijn van een proefdier onverwacht ernstig is aangetast, dan wordt het dier direct uit de proef genomen. Meestal laat de Instantie voor Dierenwelzijn (IvD) het dier dan inslapen en gaat het team na wat de oorzaak was. Soms heeft het ernstig ongerief namelijk niets met de proef te maken: een proefdier kan net zoals een huisdier onverwacht ziek worden of een ongeluk krijgen. Als er geen bijzonderheden bij de andere dieren in het onderzoek zijn, dan loopt de proef gewoon door. Maar als het ongerief in de praktijk hoger is dan in de projectvergunning is vastgelegd, dan grijpt de IvD in. Zij gaan na wat er aan de hand is en hoe het ongerief bij een vervolgstudie beperkt blijft tot het in de vergunning bepaalde ongerief. Als dat niet kan, dan moet de vergunning worden herzien.