Organoïden: lang verwachte alternatief voor proefdiergebruik

20 januari 2017

Organoïden gaan medisch onderzoek ingrijpend veranderen. In een artikel in Science stellen ethicus Annelien Bredenoord en organoïde-onderzoekers Hans Clevers uit Utrecht en Jürgen Knoblich uit Wenen dat organoïden het lang verwachte alternatief zijn voor proefdiergebruik.

Organoïden zijn kleine mini-orgaantjes in een laboratoriumschaaltje en bestaan nog maar tien jaar. Ethicus Bredenoord en haar twee collega’s uit het lab schrijven dat wetenschappers voor hun onderzoek organoïden gaan gebruiken of goed moeten uitleggen waarom zij proefdieren nodig hebben. Dit zal een grote rol gaan spelen bij de beoordeling door medisch-ethische commissies en subsidiegevers.

In tegenstelling tot muizen, ratten, honden en apen missen organoïden bloedvaten, zenuwcellen, afweercellen en omringende andere organen. De effecten van medicijnen en toxische stoffen op cellen zijn in organoïden desondanks prima te bestuderen. Vaak wordt gesteld dat organoïden in het wetenschappelijk onderzoek niet alleen een alternatief zijn voor proefdieren, maar ook voor experimenten met menselijke embryo’s. De auteurs betwijfelen dat. Als chemicaliën of nieuwe medicijnen namelijk niet meer in proefdieren maar in organoïden worden getest, blijft er uiteindelijk behoefte bestaan aan veiligheidstests in echt menselijk weefsel. Zeker als er nog geen grote ervaring is met organoïden, blijft dat in het begin nodig. Daar zijn menselijke embryo’s heel geschikt voor.

Organoïden zijn driedimensionale celkweken, ontstaan uit speciale orgaanstamcellen. Groeibevorderende stoffen zorgen ervoor dat alle celsoorten van een orgaan in onderlinge samenhang aanwezig zijn. Het zijn mini-organen. Doordat de voedseltoevoer via bloedvaten ontbreekt, worden ze niet groot.

Bron: NRC Next/Science