Onderzoekers aan het woord


Ruim 150 onderzoekers van vooraanstaande Nederlandse onderzoeksinstituten en universiteiten spreken zich uit voor openheid over dieronderzoek en het belang van verschillende onderzoeksmethoden bij de ontwikkeling van nieuwe behandelingen en geneesmiddelen.

Op Be Open About Animal Research Day 2026 (9 juli) vertellen zij waarom zij hun onderzoek doen en waarom de combinatie van proefdiervrije technieken en dieronderzoek voor sommige medische vragen nog steeds noodzakelijk is.

De wetenschap investeert volop in proefdiervrije innovaties. Tegelijkertijd leveren verschillen de onderzoeksmethodes verschillende informatie op. Door die methodes te combineren, krijgen onderzoekers een completer beeld van ziektebeelden en kunnen ze nieuwe geneesmiddelen en behandelingen ontwikkelen.

(Click here for English version)

Met behulp van genetisch gemodificeerde muizen hebben wij ontdekt hoe mini-orgaantjes van dier en mens in het lab kunnen worden gekweekt. Organoid technologie is nu één van de New Approach Methodologies (NAMs). De kracht van organoiden is hun eenvoud en dat is meteen ook hun zwakte: Organoiden brengen basale principes op orgaanniveau in kaart, maar niet op organisme-niveau. Het geheel is altijd groter dan de som der delen. Dierproeven en klinische trials zullen nog lang essentieel blijven.

Ik ben niet persoonlijk betrokken bij dierproeven. Desalniettemin ben ik van mening dat dierproeven, mits uitgevoerd onder stricte voorwaarden, nog steeds onontbeerlijk zijn om de kernprincipes van het brein te ontrafelen. Dat is een cruciale voorwaarde voor diagnose en behandeling van de vele ziekten van het brein die met de toename van ouderen in de samenleving in aantallen zullen toenemen.

We willen langer leven in goede gezondheid. Daarom doen we onderzoek dat maximale kennis oplevert met zo min mogelijk dieren. We combineren uitstekende dierverzorging, biobanken, slimme data-analyse en innovatieve proefdiervrije methoden (NAMs). Samen met onderzoek in apen, die op belangrijke punten op mensen lijken, draagt dit bij aan nieuwe behandelingen voor onder meer infectieziekten, Parkinson, veroudering en long covid. Tegelijk zetten we ons in voor vermindering van diergebruik.

Ik durf te stellen dat hedendaagse immuuntherapieën tegen diverse vormen van uitgezaaide kanker en auto-immuunziekten zonder proefdieronderzoek simpelweg niet zouden bestaan.

Diermodellen zijn essentieel om complexe hersenziekten te begrijpen. Ze bieden de enige manier om samenwerking tussen hersencellen, bloedvaten en de rest van het lichaam te bestuderen. Ook complexe uitkomstmaten die relevant zijn voor patiënten, zoals beweging en gedrag, kunnen alleen in een volledig organisme onderzocht worden. Tegelijkertijd gebruiken we actief alternatieven zoals gekweekte (stam)cellen en AI. Niet óf-óf, maar een zorgvuldige combinatie van modellen is nodig voor vooruitgang.

Neurologische en psychiatrische aandoeningen vormen de grootste ziektelast in Nederland. Om dit aan te pakken moeten we beter begrijpen hoe het brein werkt. Bestaande proefdiervrije methoden en onderzoek bij mensen bieden nog geen antwoord op veel fundamentele vragen. Dierproeven zijn daarom nog nodig om de kennis en modellen te ontwikkelen die ons helpen het brein beter te begrijpen en nieuwe behandelingen voor breingerelateerde aandoeningen te ontwikkelen.

Ik probeer te begrijpen hoe we onze ervaringen omzetten in kennis over de wereld en hoe slaap dit proces ondersteunt. Hiervoor combineer ik onderzoek bij muizen, ratten, mensen en computationele modellen. Elk van deze benaderingen maakt het mogelijk om met verschillende methoden specifieke aspecten van dit proces te bestuderen. Samen vullen deze benaderingen elkaar aan en helpen ze ons een completer beeld te krijgen van hoe het geheugen werkt.

Hoewel het Hubrecht Instituut sterk inzet op dierproefvervangende alternatieven zoals organoïden en embryo-achtige structuren, realiseren we ons dat zij de complexiteit van de embryonale ontwikkeling, van onze orgaansystemen en van ziekten als kanker, diabetes, hartfalen, en ontwikkelingsstoornissen niet kunnen nabootsen. Dierproeven blijven daarom onmisbaar voor het verkrijgen van fundamentele inzichten in deze processen en de biomedische innovaties die daaruit voortvloeien.

Ik vind het belangrijk dat er effectieve behandelingen beschikbaar zijn om ernstige ziekten te voorkomen, behandelen en genezen. Dierproeven spelen daarbij een essentiële rol. Ze helpen ons de complexe biologische processen achter ziekten beter te begrijpen en nieuwe therapieën te ontwikkelen. Soms zijn apen daarbij onmisbaar, omdat hun immuunsysteem en hersenen sterk lijken op die van mensen. We zetten apen alleen in als er geen alternatief is, onder strikte ethische en wettelijke voorwaarden.

De NVvI zet zich in voor excellent immunologisch onderzoek dat bijdraagt aan betere gezondheid, preventie en therapie. Wij benadrukken het belang van wetenschappelijk optimale modelkeuzes, waarbij onderzoekers de best beschikbare benaderingen en technologieën gebruiken. Innovatieve humane modellen en zorgvuldig toegepast proefdieronderzoek dragen beide bij aan het beantwoorden van complexe immunologische vraagstukken.

Onze onderzoekers gebruiken zowel dierproeven als proefdiervrije methoden om ziekten te bestuderen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Celkweken, organoïden, humaan hersenweefsel en computermodellen leveren waardevolle inzichten op en kunnen het gebruik van proefdieren verminderen, maar zij kunnen de complexiteit van een levend organisme niet volledig nabootsen. Dierproeven zijn van groot belang om te begrijpen hoe behandelingen het hele lichaam beïnvloeden. Moleculen, cellen en weefsel kunnen heel anders reageren binnen een volledig, intact lichaam t.o.v. in isolatie in een petrischaaltje. Door beide benaderingen te combineren, benutten we de sterke punten van elk om medisch onderzoek zo verantwoord en effectief mogelijk uit te voeren.

Onze kennis van de relatie tussen hersenen, cognitie en gedrag is voor een groot deel opgebouwd dankzij onderzoek met proefdieren. Zonder dit onderzoek zouden veel inzichten, zoals die in leren, geheugen, verslaving veel beperkter zijn. Dieronderzoek heeft een belangrijke rol gespeeld, en zal een belangrijke rol blijven spelen in de vooruitgang van de neurowetenschappen en de geneeskunde.

We gebruiken dierproeven om hersenprocessen die betrokken zijn bij complex gedrag te bestuderen op een detailniveau dat bij mensen niet mogelijk is. Veel van de kennis die we hiermee opdoen, vormt de basis voor ons begrip van het menselijk brein en wordt, waar technisch mogelijk, bevestigd met onderzoek bij mensen. Daarnaast gebruiken we dierproeven voor de ontwikkeling van herseninterface-technologie die mensen met verlammingen of beperkingen van de zintuigen kan helpen.

Wij onderzoeken hoe verstoringen in de eiwitbalans en de communicatie tussen cellen bijdragen aan neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson. Door humane celmodellen te combineren met dieronderzoek proberen we de onderliggende mechanismen van de ziekte te ontrafelen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen.

Als hersenonderzoeker werk ik aan nieuwe behandelingen voor ernstige neurologische aandoeningen, waaronder blindheid. NAMs helpen ons om onderzoek beter en gerichter te maken. Maar om werking en veiligheid in levende hersennetwerken te begrijpen, blijft dieronderzoek soms noodzakelijk. Beide benaderingen versterken elkaar.

In mijn groep werken we met een combinatie van gedragsexperimenten en beeldvormingstechnieken in mensen, kunstmatige intelligentie, en geavanceerde beeldvormingstechnieken in resusapen. Grote vooruitgang in ons veld bereiken we alleen in de combinatie van verschillende technieken. Proefdieronderzoek ervaar ik een enorme verantwoordelijkheid, om zo goed mogelijk met de dieren in mijn lab om te gaan, de dierproeven zo gedegen en gecontroleerd mogelijk uit te voeren, en ze enkel in te zetten als het echt niet anders kan.

Met mijn team doe ik onder meer onderzoek naar het belang van spelen voor de ontwikkeling van hersenen en gedrag. Dierproeven naar de impact van beperkingen in spel op jonge leeftijd zijn bijzonder relevant en actueel nu spelen onder druk staat én mentale problemen bij jongeren toenemen. Onderzoek naar spel en hersenontwikkeling bij kinderen is - om ethische redenen - zeer beperkt, terwijl onderzoek naar spel bij dieren en overtuigende en diepgaande kennis oplevert over het belang van spelen.

Onze onderzoeksgroep onderzoekt de biologische oorzaken van neuroontwikkelingsstoornissen om nieuwe kennis te vertalen naar betere zorg voor patiënten. Omdat ziekteprocessen niet altijd hetzelfde zijn bij verschillende soorten, gebruiken we verschillende onderzoeksmethoden naast elkaar, zoals muizen en stamcelmodellen, afhankelijk van de behoeften in de kliniek. NAM's (New Approach Methodologies) en diermodellen zijn geen tegenpolen, maar hulpmiddelen voor het bestuderen van verschillende niveaus van biologische complexiteit. We kiezen steeds de methode die het beste past bij de onderzoeksvraag.

Met geavanceerde preklinische imaging, zoals MRI, draag ik bij aan verantwoord proefdiergebruik door meer informatie uit dezelfde dieren te halen, dezelfde dieren in de tijd te volgen en experimentele variatie te verminderen. Zo verbeteren we de kwaliteit, reproduceerbaarheid en translatie van preklinisch onderzoek.

Proefdieronderzoek is essentieel om de zorg te vernieuwen. Door deze vorm van onderzoek reduceren we de risico's van de zorg bij patienten significant.

Het gebruik van proefdieren is essentieel bij onderzoek naar uitzaaiende kanker. In het bijzonder het bestuderen van dormancy (niet delende vitale tumorcellen) en het terugkeren van tumoren vereist in vivo modellen zoals de muis en rat.

Ik onderzoek hoe de hersenen zicht en andere informatie omzetten in gedrag. Hierbij gebruiken we verschillende technieken. Sommige vragen kunnen alleen met hulp van proeven in muizen beantwoord worden.

Mijn onderzoek richt zich op chronische ontstekingsziekten en stofwisseling. Beide onderwerpen hebben invloed op meerdere organen en weefsels in het lichaam. In het laboratorium bestuderen we stofwisseling en ontsteking in gekweekte cellen. Om beter te begrijpen hoe verschillende celtypen en organen met elkaar samenwerken en elkaar beïnvloeden, is onderzoek in muizen essentieel.

Mijn ervaring leert dat medische vooruitgang alleen mogelijk is door een combinatie van onderzoeksmethoden. Ideeën worden eerst getoetst met literatuur en proefdiervrije modellen, maar bij complexe interacties is dieronderzoek soms nog nodig. Dat gebeurt nooit automatisch. In mijn werk bij DECs en als voorzitter van de IvD zie ik dagelijks hoe kritisch wordt gekeken naar noodzaak, ethiek en alternatieven, met grote aandacht voor dierenwelzijn.

Om complexe biologische systemen te begrijpen, zijn verschillende modellen nodig die elkaar aanvullen. Bij vasculaire dementie blijft dieronderzoek essentieel, omdat de ziekte zich over een lange periode ontwikkelt en samenhangt met veroudering, langdurige risicofactoren, veranderingen in bloeddruk en doorbloeding, mechanobiologische processen, interacties tussen verschillende hersenceltypen en veranderingen in cognitieve functies. In vitro modellen en NAMs zijn daarom waardevolle hulpmiddelen, maar diermodellen blijven een belangrijk onderdeel van deze noodzakelijke gereedschapskist.

Onderzoek aan proefdieren heeft mij in staat gesteld om klinische studies naar nieuwe diagnostiek en behandelingen van hartziekten zoals hartfalen, boezemfibrilleren en pijn op de borst uit te voeren, en deze kennis over te dragen aan cardiologen in opleiding. Zonder proefdieren waren deze verbeteringen in de zorg voor hartziekten en training van cardiologen niet mogelijk geweest: modellen met 1-2 celtypen zijn niet representatief voor hartziekten waarbij verschillende organen niet goed werken.

We doen onderzoek naar de mechanismen en mogelijke behandelingen van ontwikkelingsstoornissen, zoals verstandelijke beperking, autisme en epilepsie. We maken daarbij veel gebruik van humane (patiënt) stamcellen om te onderzoeken wat er op moleculair en cel niveau verandert. Maar om echt inzicht te krijgen hoe deze processen de ontwikkeling van hersenen verstoren, en om te testen of medicijnen de functie van de hersenen kunnen verbeteren, is proefdieronderzoek nog steeds onontbeerlijk.

We maken voortgang in het maken van proefdiervrije hartmodellen, maar kunnen niet alle relevante eigenschappen van het menselijke hart nabootsen in het laboratorium. Voor het testen van de effectiviteit en mogelijke schadelijke effecten van nieuwe therapieën voor de behandeling van hartziekten worden daarom studies in proefdiervrije modellen gecombineerd met weloverwogen studies in diermodellen. Deze gecombineerde aanpak heeft recent een nieuwe behandeling voor erfelijke hartziekten opgeleverd.

Onderzoek met proefdieren is noodzakelijk om de moleculaire mechanismen die aan de basis liggen van neurodegeneratieve ziekten te ontrafelen en om effectieve behandelingen voor deze ziekten te ontwikkelen.

Voor het ontwikkelen van nieuw gentherapieën voor hartziekten zijn wij helaas nog steeds afhankelijk van proefdieronderzoek. Ondanks de vele prachtige alternatieven die worden ontwikkeld, zoals stamcelmodellen, blijft het doen van proefdieronderzoek echt essentieel.

Dankzij ons onderzoek met genetisch gemodificeerde muizen met een defect in DNA-reparatie leven kinderen met een vergelijkbare aandoening tegenwoordig veel langer met een enorm verbeterde kwaliteit van leven, hebben we een belangrijke oorzaak van veroudering ontdekt, kunnen we verouderingsziekten begrijpen en vertragen, chemotherapie en chirurgie verbeteren en is er reële hoop voor het voorkomen van neurodegeneratie, zoals Alzheimer, Parkinson en Fronto-temporale dementie. Zonder dit proefdieronderzoek was dit onmogelijk geweest.

Proefdieronderzoek is van het groot belang voor een fundamenteel begrip van de moleculaire wetenschappen. Cel- en weefselmodellen kunnen de complexiteit van een levend organisme niet volledig nabootsen. Tegelijkertijd zou er meer financiering beschikbaar moeten zijn voor de ontwikkeling en verdere verbetering van dergelijke modellen. Tot die tijd blijft proefdieronderzoek noodzakelijk.

Verbetering van kennis en behandelingen vraagt voorlopig nog om proefdieren, omdat alternatieve methoden onvoldoende betrouwbaar zijn. Mijn onderzoek richt zich op medicijnverdeling in de hersenen, met nadruk op verfijning, vermindering en vervanging van dierproeven. Met slimme proefdierexperimenten hebben we het LeiCNSPK3.0-computermodel kunnen ontwikkelen. Daarmee kunnen we medicijndistributie in de mens nauwkeurig voorspellen. Dit is veel efficiënter werken aan vervanging van proefdieren.

Wij bestuderen de gezondheidseffecten van specifieke voedingsstoffen in de vroege levensfase, van baby’s tot peuters. Omdat het niet mogelijk is om bij mensen weefsels af te nemen om moleculaire veranderingen te onderzoeken, maken wij voor ons fundamenteel fysiologisch onderzoek gebruik van preklinische modellen (fruitvliegen en muizen). Het identificeren van de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan gunstige gezondheidseffecten in de vroege levensfase – effecten die kunnen doorwerken tot in de volwassenheid – biedt mogelijkheden om bijvoorbeeld zuigelingenvoeding verder te verbeteren. Dergelijke inzichten zijn niet te verkrijgen zonder dieronderzoek.

Ik onderzoek hoe virusinfecties zoals SARS-CoV-2 blijvende veranderingen in de hersenen kunnen veroorzaken die mogelijk bijdragen aan neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson. Daarom combineren we onderzoek met makaken, materiaal van longcovidpatiënten en uit stamcellen gekweekte hersenmodellen. Omdat geen enkel model deze complexe ziekten volledig kan nabootsen, is vooruitgang afhankelijk van een verantwoorde combinatie van onderzoeksmethoden én de verdere ontwikkeling van meer mensrelevante alternatieven.

Net zoals televisie de radio niet heeft vervangen en de computer de televisie niet overbodig maakte, zullen dierproeven voorlopig nog nodig blijven. Door steeds geavanceerdere modellen, zoals organoïden, te ontwikkelen die de brug slaan tussen celkweek en een levend organisme, kunnen we het aantal dierproeven wel sterk verminderen. Uiteindelijk hopen we dat dierproeven alleen nog in uitzonderlijke situaties nodig zijn of zelfs helemaal kunnen verdwijnen.

Diervrij onderzoek is een mooi streven. Ik doe ook zeker mee alternatieven voor dierproeven te ontwikkelen omdat niet alles in een dier getest hoeft te worden. Toch ben ik er nog niet van overtuigd dat alles diervrij getest kan worden, en voor deze specifieke experimenten moeten dierproeven beschikbaar blijven om werkelijke klinische implementatie van onze innovaties mogelijk te maken.

Als patholoog en coördinator van de weefselbank van het BPRC zie ik hoe waardevol biologisch materiaal van niet-humane primaten is voor onderzoekers wereldwijd. Tegelijkertijd ervaar ik vanuit mijn betrokkenheid bij onderzoek naar infectieziekten, neurodegeneratieve aandoeningen en immuunziekten dat dieronderzoek op sommige gebieden nog noodzakelijk is. Samen helpen deze onderzoeksmethoden ons om ziekten beter te begrijpen en nieuwe behandelingen te ontwikkele

Ik doe onderzoek met diermodellen voor de ontwikkeling van nieuwe preventieve en therapeutische behandelingen tegen levensbedreigende ziekten bij mensen.

Om nieuwe therapieën te kunnen ontwikkelen tegen malaria, is kennis van parasiet en gastheer nodig. Er bestaat op dit moment geen perfect model voor malaria; de diverse modellen vullen elkaar aan. Binnen ons onderzoek combineren we NAMs (New Approach Methodologies) en apen modellen om het uitbannen van deze ziekte dichterbij te kunnen brengen.

Verantwoord onderzoek met niet-humane primaten, waarbij dierenwelzijn en wetenschappelijke kwaliteit hand in hand gaan, is essentieel voor het Europese wetenschappelijke ecosysteem: van pandemische paraatheid tot strategische autonomie, en van One Health tot onderzoek en innovatie.

De veroudering van het brein is een van de meest complexe vraagstukken in de biomedische wetenschap. Om te begrijpen hoe hersenen gezond blijven of juist ziek worden, zijn modellen nodig die dicht bij de menselijke hersenen staan. Onderzoek met niet-humane primaten levert daarbij unieke inzichten die met andere methoden alleen nog niet mogelijk zijn

In mijn werk bij het UMC Utrecht maak ik gebruik van geavanceerde humane in vitro- en ex vivo-modellen om hart- en vaatziekten beter te begrijpen. Mijn doel is bij te dragen aan de ontwikkeling van betere behandelingen voor patiënten. Ondanks recente vooruitgang kunnen deze modellen echter nog niet alle interacties die in het lichaam plaatsvinden volledig nabootsen. Daarom blijft de combinatie van geavanceerde humane preklinische modellen en dieronderzoek vooralsnog essentieel om de veiligheid en werkzaamheid van nieuwe therapieën volledig te kunnen beoordelen.

Voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor hersen- en zenuwaandoeningen zijn alternatieven voor dierproeven nog niet toereikend. De benodigde dierstudies zullen daarom plaatsvinden, in Nederland of anders in het buitenland. Verantwoord dieronderzoek blijft daarom vooralsnog essentieel voor medische vooruitgang.

Voor mij staan onderzoek met en zonder proefdieren niet tegenover elkaar; ze vullen elkaar juist aan. Als promovendus die werkt met PET-CT zie ik dagelijks hoe verschillende onderzoeksmethoden samen essentiële puzzelstukjes leveren om complexe ziekteprocessen te ontrafelen. Juist de combinatie van geavanceerde beeldvorming en verschillende onderzoeksmodellen maakt het mogelijk om processen in het lichaam beter te begrijpen en maakt dit vakgebied voor mij zo boeiend.

Als beeldvormingsspecialist zie ik letterlijk wat in het lichaam gebeurt. Met PET-CTs onderzoeken we onder andere de gevolgen van long covid en kunnen we veranderingen in het lichaam volgen. Een model is niet de werkelijkheid, maar meerdere modellen samen kunnen dat wel zo goed mogelijk benaderen. Daarom zijn zowel innovatieve proefdiervrije modellen als onderzoek met niet-humane primaten belangrijk om complexe aandoeningen beter te begrijpen en toekomstige behandelingen mogelijk te maken.

Zonder gedegen proefdieronderzoek kunnen we de aanzienlijke vooruitgang in de behandeling van hart- en vaatziekten niet voortzetten, juist nu de ontwikkeling van gerichte therapieën op gang komt.

Voor mij begint verantwoord biomedisch onderzoek met respect voor het proefdier. Daarom zet ik mij al ruim 25 jaar in voor het welzijn van apen die een onmisbare bijdrage leveren aan wetenschappelijk onderzoek. In onze fokkolonie groeien de dieren op in stabiele sociale groepen, waar veel aandacht is voor verrijking van hun leefomgeving en gerichte diertraining. Zo creëren we de best mogelijke omstandigheden en zorgen we dat de apen tijdens onderzoeksprocedures zo min mogelijk stress ervaren.

Ik doe proefdieronderzoek om de werking en functie van slaap te begrijpen. Slaap is zo normaal dat men pas merkt hoe belangrijk het is wanneer het niet meer lukt om in slaap te vallen.

In mijn onderzoek naar hartfalen en harttransplantatie zetten we steeds vaker innovatieve proefdiervrije modellen in. Toch blijven diermodellen soms noodzakelijk om bijvoorbeeld de veiligheid en effectiviteit van nieuwe therapieën en transplantatiestrategieën te beoordelen. Wetenschappelijke vooruitgang vraagt om een zorgvuldige combinatie van proefdiervrije methoden en dieronderzoek, waarbij altijd het meest passende model wordt gekozen.

Het is van groot belang dat onderzoek naar ernstige en levensbedreigende ziekten gebeurt op een juiste en zorgvuldige manier. Hierbij zijn helaas proefdierexperimenten van onmisbare waarde waar er geen goede alternatieven beschikbaar zijn, zoals onderzoek naar het immuun systeem bij nieuwe vaccinatie studies, infectieziekten zoals malaria en hersenaandoeningen.

We hebben allen een grote verantwoordelijkheid om alternatieven voor dierexperimenteel onderzoek te ontdekken, ontwikkelen en te gebruiken, maar verantwoord proefdiergebruik ten behoeve van de medische wetenschap is momenteel nog onmisbaar. De overheid zou extra middelen moeten vrijmaken voor onderzoek naar alternatieven.

Mijn team doet onderzoek om te begrijpen hoe herinneringen worden opgeslagen en waardoor dit verstoord raakt bij bijvoorbeeld dementie en post-traumatische stress stoornis. Proefdiervrije alternatieven zijn waardevol voor het ontwikkelen van nieuwe interventies, maar dierproeven zijn essentieel om de relatie tussen gedrag, geheugen en het functioneren van de hersenen in kaart te brengen en deze complexiteit kan niet nagebootst worden in celkweken of computersimulaties.

Ik ben neurowetenschapper met ruime ervaring in preklinisch onderzoek, diergedrag, neuroimaging en data-analyse. Mijn onderzoek richt zich op het ontrafelen van hersenfunctie en het ontwikkelen van innovatieve benaderingen voor neurologische aandoeningen. Door expertise in experimenteel ontwerp, gedragstesten, MRI en computationele analyse te integreren, streef ik ernaar wetenschappelijke inzichten te vertalen naar betekenisvolle vooruitgang voor de gezondheid van de hersenen en het biomedisch onderzoek.

Als onderzoeker binnen de neurowetenschappen gebruik ik diermodellen om kandidaat-geneesmiddelen te testen en als bron van primaire cellen en weefsels. Het blijft essentieel om geneesmiddelen te testen in complexe biologische systemen waarin meerdere celtypen met elkaar interageren — iets wat dierproefvrije modellen nog niet volledig kunnen nabootsen. Ik geef prioriteit aan alternatieven en dierenwelzijn, maar het beperken van proefdieronderzoek in Nederland verplaatst dit onderzoek naar landen met minder strenge regelgeving, wat nadeliger is voor zowel dieren als patiënten.

Als cardiovasculair onderzoeker ontwikkel ik mens-relevante modellen zoals living myocardial slices, hiPSC-afgeleide hartweefsels en bio-geengineerde hartconstructen om translatie te verbeteren en diergebruik te verminderen. Voor het beoordelen van veiligheid, biodistributie en langetermijneffecten van regeneratieve- en gentherapieën blijven dierstudies echter noodzakelijk. Medische vooruitgang vraagt zowel om innovatie in NAMs (New Approach Methodologies) als om verantwoord dieronderzoek.

Proefdieronderzoek bleek onmisbaar om een belangrijk kennisgat in tubulineonderzoek te dichten. Eerder celkweekonderzoek suggereerde dat een chemische verandering van tubuline (onderdeel van het celskelet) essentieel was voor celdeling en daarmee relevant voor kankeronderzoek. Vervolgonderzoek in proefdieren liet zien dat het eiwitcomplex dat deze verandering veroorzaakt niet noodzakelijk is voor celdeling, maar wel een cruciale rol speelt in hersenontwikkeling. Zonder proefdieronderzoek was de wetenschap op een verkeerd spoor gebleven.

Mijn groep doet onderzoek naar glioblastoom, een zeer kwaadaardige hersentumor. Omdat deze tumoren zeer complex zijn, kunnen we de werkzaamheid van behandeling onvoldoende testen door alleen maar onderzoek uit te voeren in laboratoriumschaaltjes. Daarom testen wij middelen die hieruit voortkomen vervolgens in muizen met een hersentumor. Zonder zulke testen zouden veel patiënten - die toch al bijzonder te lijden hebben - nodeloos worden blootgesteld aan middelen die vervolgens geen effect hebben.

In ons onderzoek naar ischaemische hartziekten (zuurstoftekort in de hartspier) heeft het onderzoek met proefdieren de afgelopen decennia een schat aan wetenschappelijke informatie opgeleverd en de behandeling van ischaemische hartziekten revolutionair veranderd. Nieuwe proefdiervrije onderzoeksmethoden, waaronder de zogenaamde 'organ-on-a chip' modellen, zijn krachtig en hoog complementair aan proefdieronderzoek, maar zullen het onderzoek in proefdieren helaas nooit helemaal kunnen vervangen.

Zelf doe ik geen onderzoek met proefdieren. Maar als arts behandel ik mensen met allerlei vormen van reuma, en gelukkig vaak met goede resultaten. Zonder voorafgaand proefdieronderzoek zou ik voor die personen veel minder te bieden hebben! En ik doe klinisch onderzoek om de ziekten in de toekomst nog beter te kunnen behandelen, en ook dat onderzoek zou onmogelijk zijn zonder het baanbrekende proefdieronderzoek dat eraan vooraf gaat.

Binnen de afdeling Nucleaire Geneeskunde en Moleculaire Beeldvorming ben ik werkzaam als onderwijs- en onderzoeksmedewerker. Mijn werkzaamheden richten zich op het uitvoeren, faciliteren en coördineren van dierexperimenteel onderzoek. Dit onderzoek ondersteunt de ontwikkeling en validatie van innovatieve beeldvormingstechnieken, PET-tracers ontwikkeling en Targeted Radionuclide Therapy (TRT), en vormt een essentiële schakel in de vertaling van fundamentele kennis naar klinische toepassingen

Onderzoek met dieren is de basis voor een groot deel van het huidige inzicht in de oorzaken van de meeste hersenaandoeningen. Ze leveren de basis voor de ontwikkeling van nieuwe therapien en medicijnen. Het is fantastisch dat nieuwe technieken minder of geen gebruik van dierproeven maken, maar nog zijn er veel vragen die hiermee niet kunnen worden beantwoord.

Wij doen onderzoek naar de werkingsmechanismen van nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van long- en hersenaandoeningen. Naast geavanceerde, innovatieve modellen is het noodzakelijk om onderzoek uit te voeren in diermodellen, zoals muizen en cavia’s, en vanwege hun hoge translationele waarde in de toekomst mogelijk ook varkens.

Mijn onderzoek richt zich op de progressie en behandeling van metabole ziekten. Bij deze aandoeningen zijn complexe interacties tussen meerdere organen in het hele lichaam betrokken, waaronder de lever, pancreas, spieren en het vetweefsel, die invloed hebben op de regulatie van glucose, lipiden en ontstekingsprocessen. Hoewel celkweekmodellen en computationele modellen waardevolle inzichten bieden, hebben zij beperkingen omdat zij orgaancrosstalk en systemische homeostase onvoldoende kunnen nabootsen. Daarom zijn diermodellen noodzakelijk om fysiologisch relevante en translationele resultaten te verkrijgen.

Helaas blijven proefdieren noodzakelijk voor het ontwikkelen van behandelingen voor ziekten. Het wordt wel steeds meer mogelijk om veel dierproeven te vervangen door ziektemodellen in het laboratorium. Het menselijk lichaam is zo complex dat we nog niet kunnen varen op laboratorium modellen alleen, dierproeven blijven daarom noodzakelijk.

De interactie tussen de tumor en de gastheer is bijzonder complex. Veel van de recente innovaties in de behandeling van kanker zijn gericht tegen deze interactie. Proefdieronderzoek blijft cruciaal om kanker een chronische ziekte te maken.

Innovaties in de cardiologie hebben de kwaliteit van leven van hartpatiënten sterk verbeterd en hun levensverwachting verlengd. Zorgvuldig en hoog-kwalitatief onderzoek met proefdieren vormt hierin een cruciale schakel.

Zowel laboratoriumproeven als dierproeven zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en wetenschappelijke kennis. Hoewel alternatieve onderzoeksmethoden steeds belangrijker worden, kunnen zij op dit moment dierproeven nog niet volledig vervangen. Daarom is het behoud van zorgvuldig gereguleerde dierproeven in Nederland essentieel voor de voortgang van medisch en biologisch onderzoek.

Mijn onderzoek richt zich op verbetering van diagnostiek en behandeling van beroerte. Daarbij gebruik ik proefdiermodellen om biologische processen te ontrafelen en nieuwe interventies te ontwikkelen. Deze kennis vertaal ik naar klinische studies bij patiënten. Proefdieronderzoek, in combinatie met andere (proefdiervrije) onderzoeksvormen, blijft onmisbaar voor het verkrijgen van wetenschappelijke inzichten die nodig zijn voor doorbraken in de kliniek.

Nu we gemiddeld steeds langer leven, treffen hersenziekten steeds meer mensen. Gelukkig kunnen we veel te weten komen over gezonde en zieke hersencellen door celkweken. Toch gedragen hersencellen zich in het intacte brein vaak anders dan we verwachten, en reageren ze niet hetzelfde op medicijnen als in een kweekbakje. Om de juiste behandelingen te kunnen ontwikkelen blijft proefdieronderzoek noodzakelijk.

Ik maak modellen van hersenen, die ons laten begrijpen hoe hersenen werken, wat we kunnen meten en hoe we theorieën kunnen onderscheiden. Ze kunnen echter niet bestaan zonder experimenten. We weten simpelweg te weinig over de hersenen om modellen te maken zonder dat ze gegrond zijn in experimentele data. Modellen helpen betere experimenten ontwikkelen, maar kunnen deze niet vervangen. De samenwerking tussen theorie en experiment is zeer waardevol, in de hersenwetenschap net als in natuurkunde.

Ons doel is niet alleen langer leven, maar vooral langer gezond blijven. We bestuderen veroudering met menselijke cellen, organoïden, kunstmatige intelligentie en diermodellen. Hoewel alternatieve modellen steeds belangrijker worden, zijn proefdieren nog nodig om de complexe interacties tussen organen, immuunsysteem en stofwisseling te begrijpen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen.

Nieuwe behandelingen voor botdefecten kunnen we in een kweekschaal van het laboratorium momenteel slechts beperkt onderzoeken. Naast dergelijk labonderzoek is daarom ook o.a. proefdieronderzoek noodzakelijk om te kunnen testen of een therapie daadwerkelijk bot kan herstellen voordat we dit in patiënten kunnen beoordelen. Dankzij de Nederlandse- en Europese wetgeving wordt hierbij het dierenwelzijn goed bewaakt.

Het bevorderen van de medische gezondheidszorg gaat onvermijdelijk gepaard met zowel laboratoriumonderzoek als dierexperimenteel onderzoek. Daarbij moeten echter steeds zorgvuldige afwegingen worden gemaakt met betrekking tot de verwachte wetenschappelijke en maatschappelijke opbrengst, het voorkomen van onnodig dierenleed en de snelheid waarmee onderzoeksresultaten kunnen worden vertaald naar klinische toepassingen.

Ons onderzoek is erop gericht om vaccins te verbeteren zodat het efficient het afweersysteem kan activeren om kanker te bestrijden. We maken gebruik van zowel NAMs als van diermodellen om specifieke onderzoeksvragen te beantwoorden. We proberen altijd goed de afweging te maken voor welke onderzoeksvraag welke methode het beste is en zijn van mening dat beide methoden nuttig en noodzakelijk zijn.

De werking van het immuunsysteem is complex en staat onder invloed van meerdere factoren in ons lichaam. Om dit te onderzoeken is het ontwikkelen van immuun competente New Approach Methods (NAM) van belang, maar deze kunnen het functioneren van het immuun systeem in een levend organisme op dit moment nog niet volledig nabootsen. Hiervoor zullen dierproeven nodig blijven.

In Nederland leven bijna 1,8 miljoen mensen met een hart- of vaatziekte. Dat onderstreept hoe belangrijk het is om deze ziekten beter te begrijpen. Als onderzoeker wil ik weten hoe ze ontstaan en welke processen in het lichaam daarbij een rol spelen. Waar het kan, gebruik ik patiëntmateriaal en celkweekmodellen. Toch is dat niet altijd voldoende: om complexe interacties in een volledig organisme te bestuderen, blijft onderzoek met dieren voorlopig noodzakelijk.

Mijn lab doet onderzoek naar de bijwerkingen van radiotherapie waarbij normale weefsels beschadigd kunnen worden. Hiervoor gebruiken wij verschillende experimentele modellen, gebruikmakend van cellijnen, organoïden en weefselplakjes van rest weefsel van patiënten. We kunnen al veel doen met deze modellen. Maar aangezien de bijwerkingen effecten hebben op de gehele fysiologie van een organisme is het belangrijk om in een bepaald stadium van het onderzoek proefdieren te gebruiken.

Met slimme software help ik onderzoekers om het DNA van primaten beter en sneller te analyseren. Daardoor krijgen we meer inzicht in bijvoorbeeld het afweersysteem en kunnen onderzoeken beter worden voorbereid. Dat draagt bij aan de 3V’s: vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven. Daarnaast stellen we onze data en tools zoveel mogelijk open beschikbaar, zodat andere onderzoekers onze resultaten kunnen gebruiken en verder ontwikkelen.

Met mijn team onderzoek ik de biologische processen achter ziekten zoals long covid en neurodegeneratieve aandoeningen. Met geavanceerde in-vitromodellen bootsen we belangrijke aspecten van deze ziekten na. Deze modellen leveren veel waardevolle inzichten op, maar kunnen de complexiteit van een levend organisme nog niet volledig nabootsen. Diermodellen blijven daarom soms nodig om ziekteprocessen en de rol van het immuunsysteem beter te begrijpen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen.

Wij willen allemaal veilige vaccines tegen infectieziektes voor onszelf, onze kinderen en onze oudere medemens. Effectiviteit, maar met name veiligheid van vaccines kunnen alleen getest worden in een compleet organismen. Daarom maak ik gebruik van proefdieren

Wij doen onderzoek naar de mechanismen van hersenaandoeningen - psychiatrisch en neurologisch. Waar mogelijk doen we dit zonder diermodellen. Echter blijft het erg belangrijk dat we de gevolgen van veranderingen in de hersenen kunnen linken aan veranderingen in gedrag. Voor dergelijk onderzoek zijn diermodellen onmisbaar. Ik zet me in om onderzoeksmethoden met en zonder diermodellen optimaal te integreren, zodat we het aantal benodigde dieren zoveel mogelijk kunnen beperken.

Postvirale aandoeningen zoals long covid treffen wereldwijd miljoenen mensen. In ons laboratorium ontwikkelen en gebruiken we mini-darmmodellen om te onderzoeken hoe virusinfecties kunnen leiden tot langdurige darmklachten. Deze modellen worden ingezet naast dieronderzoek en helpen ons de oorzaken van darmproblemen beter te begrijpen. Die kennis is belangrijk voor de ontwikkeling van betere diagnostiek en behandelingen voor patiënten.

In ons onderzoek ontwikkelen we steeds meer ethische en innovatieve alternatieven voor dierproeven. Ik geloof in een toekomst waarin we nog maar weinig of geen dieren meer nodig hebben voor onderzoek. Tegelijkertijd kunnen de huidige alternatieve methoden de volledige complexiteit van een levend organisme nog niet nabootsen. Daarom is wetenschappelijke vooruitgang nu afhankelijk van een combinatie van methoden die elkaar aanvullen en versterken.

Ik ontwikkel 3D lymfeklier kweekmodellen als vervanging voor proefdieren. Proefdiervrij onderzoek is voor mij belangrijk omdat het ethisch verantwoord is, beter aansluit bij de menselijke biologie en innovatie in biomedisch onderzoek stimuleert.

Ik denk dat er een verschuiving nodig is in het idee dat we diermodellen nodig hebben en dat in vitro-modellen slechter zijn. Dat is niet het geval; in veel gevallen kunnen in vitro-modellen juist beter zijn.

De dierproeven die in het NKI uitgevoerd worden vormen het puntje van een denkbeeldige piramide. In vitro experimenten vormen de brede basis. Geavanceerde en innovatieve onderzoeksmethoden zoals 3D-kweken met organoïden en patiënt-afgeleide celkweken, vinden we in het smaller wordende middendeel van de piramide. Pas als er geen andere manier is om de onderzoeksvraag te beantwoorden zetten we proefdieren in. Ons credo is dan ook: Alternatieven waar mogelijk - proefdieren indien noodzakelijk.

Fundamentele mechanistische kennis over hoe de hersenen functioneren kan alleen worden verkregen uit zorgvuldig opgezette dierexperimenten. Deze fundamentele kennis is cruciaal voor het ontwikkelen en testen van behandelingen voor cognitieve, sensorische en motorische stoornissen, evenals voor neurodegeneratieve aandoeningen.

Bij mensen, en ook bij kunstmatige modellen, beschikken we slechts over beperkte mogelijkheden om te onderzoeken hoe de hersenen herinneringen opslaan, leren mogelijk maken en gedrag ondersteunen, zoals vocale interacties. Dankzij proefdieronderzoek kunnen we onze kennis uitbreiden over hoe de hersenen functioneren en hoe we leren, spreken en met elkaar omgaan.

Translationeel onderzoek is gebaseerd op en afhankelijk van kennis uit fundamenteel onderzoek met dieren (en deels met mensen). We zijn nog lang niet zover dat we de basis van het leven begrijpen, de functies en de wisselwerking van onze genen, orgaansystemen (zenuwstelsel of immuunsysteem) en de omgeving. Onderzoek met dieren kan helpen de functies van moleculen, weefsels en organen te begrijpen en kan de basis leggen om deze kennis te vertalen naar effectieve medicijnen en therapieën.

Biomedisch onderzoek is en blijft gebaat bij een combinatie van experimentele benaderingen van individuele molecuul tot de mens als geheel. Proefdieren - van klein tot groot - zijn onmisbare schakels in deze keten en dragen bij aan het begrijpen van fundamentele en ziektegerelateerde processen.

Wij onderzoeken verschillende aspecten van ernstige, aangeboren longafwijkingen, welke tijdens de zwangerschap ontstaan. Ondanks alternatieven, is het gebruik van proefdieren belangrijk om het ontstaan en de groei van complexe organen, zoals de long, te begrijpen. De onderlinge interacties tussen verschillende weefsels in het organisme is nog niet goed te modelleren, maar door gebruik van NAMs, zoals organoiden en organ-on-chip, doen wij gerichter en beter onderzoek wat ook bijdraagt aan de 3Vs.

Ons team probeert de ontwikkeling van de hersenen te begrijpen en inzicht te krijgen in wat de problemen zijn bij aangeboren afwijkingen of andere aandoeningen van de hersenen (bijv. Parkinson). Dit doen we veel in cel sytemen waar mogelijk, maar soms is ook de volledige complexiteit van de hersenen noodzakelijk om inzicht te hebben in mogelijke behandelingen. Voor die situaties gebruiken we nog steeds dierproeven, in die gevallen wetenschappelijk en maatschappelijk noodzakelijk.

Als computationeel neurowetenschapper streef ik ernaar het gebruik van dieren voor onderzoek te minimaliseren. Er zijn echter fundamentele vragen die niet beantwoord kunnen worden door simulatie, omdat alleen levend weefsel, en vaak dieren (met name bij psychische aandoeningen), ons kunnen helpen de complexiteit te begrijpen die nodig is voor de ontwikkeling van behandelingen voor psychische ziekten

Onderzoek met proefdieren moet niet lichtzinnig worden verricht en dat gebeurt ook niet. Dit type onderzoek is voorlopig nog steeds een essentieel element om vooruitgang in het behandelen van velerlei ziekten te verkrijgen.

Voor mijn onderzoeken maak ik een weloverwogen keuze voor de biomedische modellen die het beste aansluiten bij de onderzoeksvragen. Waar nodig zijn dierproeven onderdeel van het onderzoek, omdat zij unieke inzichten bieden in complexe biologische processen binnen een volledig organisme. Tegelijkertijd vormen vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven een leidend uitgangspunt, en werken we continu aan het verder terugdringen van het gebruik van proefdieren.

Als computer onderzoeker zou ik willen dat computersimulaties dierproeven vandaag de dag zouden kunnen vervangen. Helaas is dat nu, en ook in de nabije toekomst, niet het geval. We moeten dierproeven combineren met niet-dierproeven (zoals computermodellen en organoïden) als we de hersenen willen begrijpen en willen leren hoe we hersenaandoeningen die ons en onze naasten treffen, kunnen genezen.

Om het functioneren van het brein te begrijpen en oplossingen te vinden voor hersenziektes zullen dierproeven voorlopig noodzakelijk blijven.

Ik onderschrijf de noodzaak van hoogwaardig dieronderzoek om complexe ziekteprocessen te begrijpen en nieuwe therapieën te ontwikkelen, bijvoorbeeld met behulp van intravitale microscopie. Tegelijkertijd richt mijn onderzoek zich ook op het ontwikkelen van betere, door in vivo geïnspireerde driedimensionale (3D) modellen. Er bestaat nog geen alternatief om dit soor in vitro modellen te valideren. Celkweken en in vivo studies gaan hand in hand om celkweekmodellen te kunnen valideren en dieproeven te verbeteren en vervangen.

Als translationeel immunoloog onderzoek ik hoe immuunreacties tegen lichaamseigen eiwitten ziekte veroorzaken om diagnostiek en behandeling te verbeteren. We combineren patiëntenmateriaal, celkweek en diermodellen om mechanismen te ontrafelen en te vertalen naar de kliniek. NAMs verminderen dierproeven, echter diermodellen blijven voorlopig nodig voor validatie in het complexe geheel van een organisme.

Patiënten kunnen door therapie allerlei bijeffecten krijgen zoals vermoeidheid, gewichtsverlies en haar verlies. Deze effecten kunnen dramatisch zijn voor deze patiënten. Als je wilt begrijpen hoe anti-kanker middelen dit veroorzaken en er iets aan wilt doen, dan is er geen andere methode dan dit bij proefdieren te testen. Hierdoor hebben wij varianten van chemotherapeutica ontwikkeld die deze bijeffecten niet meer hebben. De dierexperimenten waren daar essentieel voor.

Reeds vele jaren doe ik onderzoek naar de gevolgen en behandeling van hoge bloeddruk. Dit is een aandoening met vergaande gevolgen in talloze organen, die alleen in een intact proefdiermodel goed onderzocht kan worden. Hart, bloedvaten, maar ook de nieren, bijnieren en hersenen spelen een rol. Zij beinvloeden elkaar via het zenuwstelsel en diverse hormonale systemen, en om hun samenspel te begrijpen is een compleet organisme onontbeerlijk.

Verstoorde vetstofwisseling is betrokken bij veel ziektes, waaronder leververvetting en hart- en vaatziekten, die veel voorkomen en veel sterfte veroorzaken. Door genetisch gemodificeerde muizen te gebruiken, begrijpen we steeds beter hoe vetstofwisseling bijdraagt aan deze ziektes, mede omdat de vetstofwisseling tussen muis en mens sterk overeenkomt. Dierproeven zijn daarom nog steeds essentieel om deze complexe ziektes beter te begrijpen en uiteindelijk effectieve behandelingen te ontwikkelen.

Wij onderzoeken hoe de lever en darmen samenwerken in de energievoorziening van het lichaam, en hoe dit verstoord raakt bij metabole aandoeningen. Ons mechanistisch onderzoek vindt plaats in darm- en leverorganoiden, maar proefdieronderzoek blijft essentieel om de samenwerking van organen in de stofwisseling te begrijpen. Ik vind het belangrijk dat we blijven werken aan verdere verfijning en vervanging van dierproeven, maar totale uitfasering in academisch onderzoek is voorlopig niet haalbaar.

Dierproeven zullen onmisbaar blijven om de complexe interacties tussen verschillende celtypes en weefsels die een bepalende rol spelen bij het ontstaan en behandeling van een reeks aandoeningen te doorgronden. Kanker en het ontwikkelen van effectieve behandelingen tegen kanker zijn daar sprekende voorbeelden van. Die interacties tussen cellen en weefsels kunnen maar zeer ten dele worden nagebootst in zelfs de meest geavanceerde ex-vivo systemen.

De meeste medische doorbraken, variërend van geneesmiddelontwikkeling tot chirurgische technieken, zijn afhankelijk van dieronderzoek om de stap van theoretische kennis naar veilig klinisch gebruik mogelijk te maken. Ondanks de vooruitgang in proefdiervrije methoden kunnen deze de biologie van een volledig organisme niet vervangen, omdat de complexiteit van processen zoals bloedcirculatie in het vaatstelsel, immuunresponsen en interacties tussen organen niet volledig kan worden gereproduceerd in celkweken of computermodellen. Dieronderzoek blijft daarom onmisbaar.

Als onderzoeker die zich bezighoudt met kankermetastasen vind ik het van groot belang dat onderzoek met diermodellen mogelijk blijft. Op dit moment kunnen niet alle biologische processen worden nagebootst in in vitromodellen of computermodellen. Om de transitie naar proefdiervrij onderzoek te kunnen maken, is het noodzakelijk om complexe biologische systemen eerst in hun natuurlijke context te bestuderen. Alleen zo kunnen vervolgmodellen worden ontwikkeld die de werking van dierlijke en uiteindelijk menselijke organismen zo volledig en nauwkeurig mogelijk weerspiegelen.

Bij dierproeven denken veel mensen aan medisch en toxicologisch onderzoek in laboratoria, maar er gebeuren ook veel veldonderzoeken met dieren in het wild. Ook dit zijn dierproeven. Onze veldonderzoeken naar vissen, waarbij we vissen voorzien van een zender, zijn juist gericht op behoud en verbetering van hun populaties. We laten hiermee een andere kant van dierproeven zien en dat wordt enthousiast ontvangen door het publiek.

Het hormoon cortisol is betrokken bij vele ziektes - vormen van kanker, neurodegeneratie, leverziektes en veel meer. Wij ontwikkelen manieren om zulke ziektes beter te behandelen. Gebaseerd op de werking van cortisol. Onze inzichten komen vaak uit proefdieronderzoek. Onze ideëen goed toetsen kan vaak alleen in proefdieren - de alternatieven zullen nog lang ontoereikend blijven om de reactie van het lichaam te voorspellen. Daarom blijft proefdierwerk noodzakelijk voor ons

Binnen mijn onderzoek kijk ik naar de vroege beginselen van het zich ontwikkelende brein en wat er mis kan gaan bij patienten met een zeldzame genetische aandoening. Hoewel patient-specifieke stamcellen en daaruit groeiende hersen organoiden een enorme bron van informatie zijn, missen we belangrijke kennis over het vroege communiceren van verschillende breinregio's. Om het gehele plaatje te kunnen zien, kijken wij ook naar het zich ontwikkelende muizenbrein. Alle puzzelstukken zijn nodig!

Stressgerelateerde aandoeningen, zoals PTSS en depressie, hebben grote impact op individuen en de maatschappij. Omdat de onderliggende neurobiologische processen nog onvoldoende bekend zijn, zijn behandelingen vaak niet optimaal. Mijn onderzoek richt zich op de effecten van stress op het brein om zo het begrip van deze aandoeningen en toekomstige behandelmogelijkheden te verbeteren. Diermodellen zijn hierbij essentieel, omdat ze inzicht geven in de hersenprocessen die bijdragen aan symptomen.

Dierproeven zorgen ervoor dat handelingen worden verricht door mensen met aangetoonde kennis en vaardigheid onder gecontroleerde omstandigheden, waarbij ook toezicht wordt gehouden, zowel intern als extern. Voor handelingen die niet onder de wet op dierproeven vallen, geldt dit niet. Dierproeven kunnen ook bijdragen aan een verbetering van de diergezondheidszorg en het dierenwelzijn. Denk aan het onderzoek naar verspreiding en preventie van infectieziekten en studies naar natuurlijk gedrag.

Als theoretisch neurowetenschapper is mijn onderzoek in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens uit dierexperimenteel onderzoek. Op dit moment is het grootste deel van onze kennis over het functioneren van de hersenen, zowel in gezondheid als bij ziekte, afkomstig van dierstudies. Dit geldt ook voor de wiskundige modellering van neurale netwerken, die haar validatie en richting vindt in een voortdurende wisselwerking met experimentele gegevens. Zonder deze gegevens zou dit onmogelijk zijn.

Onderzoek met en zonder proefdieren versterkt elkaar. Proefdiermodellen zijn onmisbaar voor het begrijpen van ziekteprocessen en het ontwikkelen van gerichte interventies, omdat de biologische complexiteit van een organisme niet volledig kan worden nagebootst in celmodellen. Daarom blijft zorgvuldig en ethisch gebruik van proefdieren essentieel binnen de biomedische wetenschap.

Mijn onderzoek richt zich op de ontwikkeling en evaluatie van Positron Emissie Tomografie (PET)-tracers voor ziektediagnostiek en het versnellen van geneesmiddelenontwikkeling. Om deze complexe biochemische tracers veilig en effectief van het laboratorium naar de patiënt te vertalen, is dieronderzoek noodzakelijk. Levende diermodellen bieden de intacte fysiologische systemen die nodig zijn om in real-time de kinetiek, biodistributie en effectiviteit van tracers te volgen. Deze essentiële inzichten kunnen momenteel niet volledig worden verkregen of voorspeld met proefdiervrije alternatieven.

De diagnostiek en behandeling van patiënten met hoofd-halskanker kan en moet verder verbeterd worden. We hebben bijvoorbeeld geen effectieve methode om voorloperafwijkingen in het slijmvlies van mond en keel te behandelen. We kunnen veel onderzoek doen in 2D en 3D celkweek modellen, maar uiteindelijk moeten mogelijke nieuwe behandelingen getest worden in diermodellen, vooruitlopend op klinische studies in patiënten. Deze essentiële stap in het onderzoek kunnen we voorlopig niet overslaan.

Om te begrijpen hoe de hersenen ons gewicht en de bloedsuikerspiegel aansturen, werken we met proefdieren. Alleen zo kunnen we de bedrading tussen beloningscircuits, hersencentra voor stofwisseling en het autonome zenuwstelsel in kaart brengen, verbindingen te complex om bij mensen direct te bestuderen. Zodra er betere alternatieven beschikbaar zijn, omarmen we die. Maar zolang die er nog niet zijn, blijft proefdieronderzoek onmisbaar om mensen met diabetes en obesitas echt te kunnen helpen.

Wij gebruiken dierproeven om erachter te komen hoe dieren gebruik maken van hun omgeving, of ze menselijke obstakels kunnen overbruggen en of ze gezond zijn. Dat doen we bijvoorbeeld met behulp van een klein zendertje of door een beetje weefsel te verzamelen; meestal leven de dieren daarna verder in de natuur. De kennis die we verzamelen is belangrijk voor het verbeteren van leefgebieden en het herstellen van populaties die onder druk staan.

Om een complexe ziekte als kanker, waarvan het ontstaan en verloop grotendeels worden beïnvloed door onze ongezonde levensstijl, te kunnen bestuderen, voorkomen, en genezen, is het nodig een compleet orgaan of organisme te bestuderen. Momenteel is er geen alternatief voor het gebruik van diermodellen om kanker te bestuderen en kankerpatiënten te helpen.

Binnen onze onderzoeksgroep maken we gebruik van innovatieve modellen, zoals modellen met stamcellen, om de stofwisseling en hart- en vaatziekten beter te begrijpen. Toch kunnen deze modellen nog niet alle complexe processen in het lichaam nabootsen. Daarom blijft proefdieronderzoek voorlopig noodzakelijk om nieuwe behandelingen veilig en effectief te ontwikkelen.

Wij gebruiken knaagdiermodellen om te onderzoeken hoe de hersenen beweging aansturen, en maken daarnaast gebruik van proefdiervrije benaderingen. Naar mijn mening staan deze methoden niet tegenover elkaar, maar vormen zij complementaire manieren om de hersenen te begrijpen. Sommige vragen over neurale mechanismen kunnen momenteel nog niet zonder dieronderzoek worden beantwoord, terwijl andere juist met proefdiervrije methoden kunnen en moeten worden onderzocht. Om betere behandelingen te ontwikkelen, moeten we deze benaderingen op een verantwoorde manier combineren en ons blijven inzetten om het gebruik van proefdieren waar mogelijk verder te verminderen.

Hormonen spelen een cruciale rol in vrijwel alle processen in ons lichaam, van energiehuishouding tot groei, slaap en vruchtbaarheid. Verstoringen in hormoonspiegels zijn onderliggend aan veelvoorkomende ziekten zoals obesitas en diabetes, maar ook aan meer dan 400 zeldzame aandoeningen. Voordat we nieuwe medicijnen in de mens testen willen we zeker weten dat dit veilig kan en de meest kansrijke strategie selecteren, en daarvoor zetten we dierproeven in.

Radiotherapie verbetert de gezondheid en kwaliteit van leven van mensen met kanker, maar kan ook schade veroorzaken aan omliggende weefsels en organen, wat leidt tot bijwerkingen. Alternatieven voor dierproeven leveren waardevolle inzichten, maar kunnen de complexiteit van een levend organisme nog niet afdoende nabootsen. Daarom zijn proefdieren in bepaalde gevallen nog nodig om effecten op organismeniveau te bestuderen en behandelingen te verbeteren.

Cardiovasculaire ziekten schaden de gezondheid van de mens. Deze ziekten vinden hun oorsprong in de ziekte-makende wisselwerking tussen hart en de rest van het lichaam. Om deze wisselwerking te begrijpen moet het hart bestudeerd worden in zijn natuurlijke omgeving, het lichaam. Dit kan (nog) niet in de mens, of in losse kunstmatige humane hartcellen. Proefdieren blijven daarom helaas nodig om de zorg aan hartpatiënten te verbeteren.

Als neurowetenschapper onderzoek ik hoe veranderingen in genen de ontwikkeling van de hersenen en gedrag beïnvloeden. Om deze complexe processen te begrijpen, heb ik soms diermodellen nodig. Hoewel ik uitkijk naar de verdere ontwikkeling van proefdiervrije alternatieven, kunnen die de wisselwerking tussen genen, hersencircuits en gedrag nog niet volledig nabootsen. Daarom blijven beide benaderingen voorlopig nodig om vooruitgang te boeken in onderzoek naar neuroontwikkelingsstoornissen.

Verschillende hersenziektes zijn nog steeds onbehandelbaar door onvoldoende kennis over de werking van de ziekte. Ik doe onderzoek naar hoe verschillende lichamelijke systemen zoals het cardiovasculair systeem, het zenuwstelsel en het glymfatisch systeem met elkaar samenwerken, en hoe dit veranderd in hersenziektes. Voor dit onderzoek zijn dieren essentieel omdat alternatieve modellen deze complexe interacties niet goed kunnen nabootsen.

Neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson ontstaan geleidelijk in een complex systeem bestaande uit vele soorten zenuwcellen, steuncellen, bloedvaten extracellulaire netwerken van eiwitten. Zelfs de meest uitgebreide kweeksystemen met meerdere hersengebieden modelleren maar een fractie van deze complexiteit. Onderzoek in diermodellen blijft daarom essentieel voor het begrijpen van deze ziektes en het ontwikkelen en testen van behandelingen.

Je kunt resultaten van cel- of computermodellen meestal niet zomaar uitproberen in mensen, onderzoek met proefdieren is een belangrijke schakel daartussen.

De auto-immuunziekte reuma komt met name tot uiting in gewrichten, maar volgt uit een samenspel van meerdere typen (immuun)cellen die geïnstrueerd worden in verschillende locaties in het lichaam, in combinatie met auto-antilichamen die via de bloedbaan door het lichaam circuleren. Hoe we de balans in het immuunsysteem kunnen herstellen om dit soort ziektes effectief te behandelen, kunnen we alleen begrijpen door, naast in vitro proeven, het systeem ook als geheel te bestuderen in proefdieren.

Een ziekte ontstaat zelden in één cel. Bij diabetes en vaatveroudering voeren bloedvaten, spieren, hart en afweer continu een gesprek met elkaar. Diermodellen helpen ons dat gesprek in het levende organisme te verstaan. Die kennis combineren we met humane studies en proefdiervrije modellen, zodat we beter begrijpen waar ziekte begint en waar behandeling kan ingrijpen.

Complexe in vitro modellen vormen een veelbelovende sleutel tot beter en relevanter wetenschappelijk onderzoek. Hoewel deze modellen zich nog in een relatief vroeg ontwikkelingsstadium bevinden, zeker in vergelijking met de jarenlange ontwikkeling van proefdiermodellen, is het cruciaal dat we gericht investeren in hun verdere ontwikkeling en validatie. Dat zal op termijn de noodzakelijkheid van dierproeven verminderen.

Wij doen ons onderzoek met proefdieren omdat we meer willen weten van deze (doel)dieren zelf. In onze groep onderzoeken we vissen, bijvoorbeeld omdat we willen weten hoe ze migreren van zee naar onze rivieren. Maar ook willen we graag weten hoe we vissen die we houden voor ons voedsel, het best kunnen verzorgen en gezond kunnen houden. In ons onderzoek is het vaak zeer informatief om, na verdoving, een vis te zenderen, of een beetje bloed af te nemen.

Om te begrijpen hoe de hersenen reageren op kanker en de behandeling ervan, zijn we nog steeds afhankelijk van diermodellen. Hoewel innovatieve alternatieven - zoals hersenorganoïden - zich snel ontwikkelen, kunnen zij de complexiteit van het levende brein nog niet volledig nabootsen. Daardoor blijven dierstudies essentieel om moleculaire en cellulaire mechanismen te koppelen aan functionele uitkomsten en uiteindelijk aan klinische toepassingen.

Ik vind het belangrijk dat er helder en duidelijk gecommuniceerd wordt in welke omstandigheden dierproeven essentieel zijn en op welke manieren wetenschappers zorg dragen voor het verhogen van het dierenwelzijn.

Wij bestuderen de neurobiologische processen aan de basis van de ontwikkeling van het geheugen en hoe de omgeving dit beïnvloedt. Met gedragsproeven bij jonge knaagdieren leggen we verbanden tussen de ontwikkeling van het geheugen met neuronale processen en vroege levenservaringen. Het detailniveau waarop wij dit bestuderen maakt het gebruik van proefdieren noodzakelijk. De inzichten die wij met dit onderzoek verkrijgen, zullen bijdragen aan het identificeren van neuronale en omgevingsfactoren die de cognitieve ontwikkeling beïnvloeden.

Als kennisinstituut doen wij onderzoek aan wilde zoogdieren (in hun biotoop). Veel ecologische, wettelijk verplichte en maatschappelijke vragen kunnen enkel beantwoord worden door het toepassen van zenders (intern/ extern), het merken van zoogdieren, etc. Al deze handelingen vallen onder de Wet op de Dierproeven. Er zijn geen alternatieven, omdat het gaat om soort X, in gebied Y in seizoen of jaar Z. Superbelangrijk onderzoek voor het behoud van onze biodiversiteit.

Wij bestuderen de moleculen die een rol spelen in de vorming en aanpassing van hersenverbindingen. We proberen de signaalroutes te ontrafelen die belangrijk zijn voor het leer- en aanpassingsvermogen van onze hersenen. Het gebruik van hersenweefsel van proefdieren is hiervoor noodzakelijk. Het doel van ons onderzoek is een beter begrip van de werking van het brein en het draagt bij tot het ontwikkelen van behandelingen van hersenziekten.

Mijn onderzoek richt zich op hoe de hersenen ons gedrag aansturen. Veel van de vragen die hierbij spelen zijn alleen te beantwoorden met proefdieren. De resultaten die we boeken zijn belangrijk voor fundamenteel onderzoek, maar ook voor een beter begrip van een groot aantal hersenaandoeningen. Deze aandoeningen zorgen voor een grote ziektelast, maar zijn nu nog niet te behandelen. Dieronderzoek blijft nodig om hier vooruitgang te boeken.

Mijn bedrijf is een toeleverancier van het biomedisch onderzoek. Onze klanten maken voor elke onderzoeksvraag een weloverwogen keuze tussen een dierproef of een NAM. In geval van een dierproef kan men bij ons terecht voor apparatuur en software waarmee gedragstesten kunnen worden geautomatiseerd. Onze tools worden zo ontworpen dat de verstoring van het dier tijdens de test minimaal is en de data opbrengst maximaal. Zodoende dragen wij bij aan verfijning en vermindering van dierproeven.

Met onderzoek verbeteren we de gezondheid van de populatie. Hiervoor gebruiken onze onderzoekers modellen. Ze werken continu aan het optimaliseren van de effectiviteit en het minimaliseren van ongewenste effecten op mens, dier en omgeving van de in silico, in vitro and in vivo modelen die ze gebruiken. Het Erasmus MC zet dierproeven alleen in wanneer dit noodzakelijk is (bijvoorbeeld omdat het essentieel is om de doorbloeding, neuronale of immuunrespons te bestuderen) en stimuleert alternatieven.

Een balanced lethal system is een uitzonderlijk genetisch systeem waarbij sommige chromosoomcombinaties dodelijk zijn, terwijl andere noodzakelijk zijn om te overleven. Met kamsalamanders onderzoek ik hoe zo’n systeem miljoenen jaren geleden is ontstaan en welke genen betrokken zijn bij de kenmerkende embryonale sterfte. Omdat balanced lethal systems extreem zeldzaam zijn, biedt dit onderzoek een unieke kans om fundamentele vragen over evolutie en genfunctie te beantwoorden.

Voor vaccin onderzoek is nog geen in vitro model beschikbaar dat de complexiteit van het immuunsysteem voldoende nabootst. Daarom blijft onderzoek in dieren, in dit geval naar het immuunrespons geïnduceerd door het vaccin, cruciaal in onze constante strijd tegen virussen.

In-vitro celmodellen zijn uitermate geschikt voor fundamentele celbiologische vraagstukken. Zodra het echter gaat om de complexe interactie tussen cellen binnen een heel organisme - en hoe dit proces bij ziekte verstoord raakt, zoals in de geheugenprocessen die wij onderzoeken - blijft een proefdiermodel onmisbaar.

Immuuntherapie vereist begrip van complexe celinteracties die NAMs zoals organoïden slechts gedeeltelijk kunnen nabootsen. Proefdieren blijven onmisbaar om de volledige immuundynamiek, inclusief circulerende immuuncellen en orgaancommunicatie, in een levend organisme te bestuderen. Totdat NAMs de volledige immunologische complexiteit kunnen modelleren, gebruiken wij beide complementaire benaderingen voor ons onderzoek.

Wij leveren kennis over hoe we de gezondheid en het welzijn van landbouwhuisdieren kunnen bevorderen. Een belangrijk onderdeel van ons werk is het begrijpen hoe veerkracht en dierenwelzijn, waaronder gevoelstoestanden, kunnen worden gemeten en verbeterd. Daarbij maken wij steeds vaker gebruik van niet-invasieve methoden om monsters te verzamelen. Maar omdat wij gedragsmatige, cognitieve en fysiologische metingen combineren op zowel individueel als groepsniveau, zijn dierproeven essentieel om de kennishiaten binnen ons vakgebied te kunnen beantwoorden.

In mijn team verrichten we onderzoek naar zenuw-spierziekten zoals myasthenia gravis dat gekenmerkt wordt door ernstige skeletspierzwakte veroorzaakt door antistoffen van het immuunsysteem die het eigen lichaam aanvallen. Zo’n complexe ziekte laat zich lastig vangen in celmodellen alleen omdat deze alle skeletspieren in verschillende mate aantasten. Om de ziekte beter te leren begrijpen en om therapieën te testen doen wij soms dierproeven waarin we de ziekte van patiënten nabootsen. Waar mogelijk kiezen we voor alternatieven en daarom ontwikkelen we 3D spiermodellen en 3D immuuncelmodellen in kweekschaaltjes om de ziekte beter te kunnen bestuderen en patiënten te helpen.

Het voorkomen van sterfgevallen door influenza blijft een voortdurende uitdaging, vooral bij kwetsbare bevolkingsgroepen. Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan een beter begrip van influenza-infecties bij mensen en helpen bij de ontwikkeling van effectievere vaccins, met als uiteindelijk doel een toekomst zonder influenza.

Om gezondheid en ziekte beter te begrijpen, gebruiken we in het UMCG verschillende onderzoeksmethoden, van computermodellen en organs-on-a-chip tot onderzoek met proefdieren en klinische studies. Waar mogelijk kiezen we voor alternatieven en beperken we het gebruik van proefdieren volgens de principes van de 3 V's. Juist de combinatie van methoden is belangrijk om tot preventie, diagnostiek en nieuwe behandelingen voor patiënten te komen. En tot onze missie: Meer gezonde jaren voor iedereen.

Wij zijn trots op het werk dat we binnen onze proefdierfaciliteit doen. Achter onderzoek met proefdieren staat een betrokken team van dierverzorgers, biotechnici, dierenartsen, onderzoekers en ondersteunend personeel dat zich dagelijks inzet voor wetenschappelijke kwaliteit en dierenwelzijn. Samen zorgen we ervoor dat onderzoek verantwoord en zorgvuldig wordt uitgevoerd, terwijl we continu werken aan de 3V’s. Zo ondersteunen we onderzoek dat bijdraagt aan meer gezonde jaren voor iedereen.

Onderzoek met proefdieren blijft belangrijk omdat alleen een levend organisme de complexiteit van ziekteprocessen voldoende kan benaderen. In vitro modellen en organ-on-a-chip systemen zijn waardevol, maar bootsen de systemische ontregeling op de intensive care nog niet volledig na, waar ontsteking, circulatie, vaatfunctie en meerdere organen sterk met elkaar verweven zijn.

Virussen hebben een grote impact op de gezondheid van mens en dier. Nieuwe inzichten in ziekteprocessen, transmissieroutes en immuunreacties bij virusinfecties kunnen leiden tot oplossingen om die impact te verkleinen. Waar dat kan gebruiken wij proefdiervrije methoden. Proefdieren zijn echter noodzakelijk voor onderzoek dat niet in een enkele cel of orgaan kan worden uitgevoerd. Proefdieronderzoek doen wij zo weinig mogelijk, maar zo veel als noodzakelijk. Wij hanteren daarbij de 3V principes.

Gezond zijn en blijven is voor ons allemaal belangrijk. Proefdieronderzoek is een onmisbaar onderdeel van het brede scala aan onderzoeksmethoden dat onderzoekers hiervoor inzetten. Patiëntstudies, humaan materiaal, celkweek en organs on a chip: de mogelijkheden blijven groeien, maar voor interacties tussen organen zijn proefdieren nog steeds hard nodig. Het Centraal Dierenlaboratorium is betrokken bij onderzoek en onderwijs waarbij kwaliteit en het welzijn van onze proefdieren centraal staat. Hiermee leveren wij een significante bijdrage aan ieders gezondheid met kennis, training van artsen, nieuwe medicijnen en diagnostische methoden.

Deel deze pagina