De uitgebreide proefdierstatistieken over 2023 voor de gehele Europese Unie (EU), waaronder Nederland, zijn gepubliceerd. Deze cijfers geven inzicht in het gebruik van dieren in wetenschappelijk, medisch en veterinair onderzoek en dragen bij aan transparantie en een open maatschappelijk debat over de waarde en noodzaak van dit onderzoek.
In Nederland werden in 2023 in totaal 347.997 proefdieren gebruikt. Dat is een duidelijke daling ten opzichte van 2022, toen het om 425.415 dieren ging. Van alle proefdieren bestond 31,8% uit muizen, 23,2% uit ratten en 21,2% uit vissen. Honden, katten en niet-menselijke primaten vormden samen 0,19% van het totaal.
Binnen de gehele EU werden in 2023 6.996.249 proefdieren ingezet, zo blijkt uit het rapport van de Europese Commissie. In 2022 lag dit aantal eveneens op 6.996.249, terwijl in 2021 nog 7.416.544 dieren werden gebruikt.
Kirk Leech, Executive Director van de European Animal Research Association (EARA), zegt hierover:
“De EU-proefdierstatistieken van 2023 geven een goed beeld van de breedte van het Europese biomedische onderzoek en de ambities die daarbij horen. In dat jaar heeft onderzoek bijgedragen aan vooruitgang in onder meer vaccinontwikkeling en doorbraken in de behandeling van beroertes en ruggenmergschade, waarbij dierproeven een cruciale rol speelden.”
Muizen, vissen, ratten, konijnen en vogels waren in 2023 samen goed voor 94,4% van alle proefdieren in de EU. Honden, katten en primaten maakten gezamenlijk 0,22% van het totaal uit. Ter vergelijking: in 2022 bestond 80,3% van de proefdieren uit muizen, konijnen en kippen, terwijl honden, katten en primaten samen 0,13% van het totaal vormden.
Net als in 2022 hadden Frankrijk, Duitsland en Spanje het hoogste proefdiergebruik binnen de EU. Frankrijk nam 18,5% van het totaal voor zijn rekening, Duitsland 14,8% en Spanje 13,6%. In absolute aantallen ging het om 1.491.162 dieren in Frankrijk (een daling van 20,4% ten opzichte van 2022), 1.181.582 dieren in Duitsland (een daling van 12,0%) en 1.081.114 dieren in Spanje (een stijging van 3,2%).
Van alle proefdieren in de EU werd 71,5% ingezet voor wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast werd 22,3% gebruikt voor wettelijk verplicht onderzoek en routinematige productie, zoals veiligheidstesten.
Veel van de medicijnen en behandelingen die vandaag beschikbaar zijn, zijn ontwikkeld met behulp van dierproeven. Daarbij worden dieren niet losstaand gebruikt, maar altijd in combinatie met andere onderzoeksmethoden, zoals celkweken, onderzoek met vrijwilligers en computermodellen. Samen helpen deze methoden onderzoekers om fundamentele biologische vragen te beantwoorden die nodig zijn om ziekten beter te begrijpen en te behandelen. Voordat voor een diermodel wordt gekozen, moeten onderzoekers aantonen dat de onderzoeksvraag niet op een andere manier kan worden beantwoord.
Bron: EARA