Ruim 150 wetenschappers van vooraanstaande Nederlandse onderzoeksinstituten en universiteiten spreken zich vandaag tijdens BOARD26 (Be Open about Animal Research Day) uit over het belang van openheid over dieronderzoek én het kunnen gebruiken van verschillende onderzoeksmethoden bij de ontwikkeling van nieuwe behandelingen en geneesmiddelen.
Onder de deelnemers bevinden zich onderzoekers van het Nederlands Kanker Instituut (NKI), Radboud University & Radboudumc, Amsterdam UMC, Erasmus MC, Universiteit Utrecht, RUG, Wageningen University & Research, de Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Maastricht, Universiteit Leiden, UMCG, LUMC, TNO, Nederlands Herseninstituut, RAVON, Sportvisserij Nederland Hubrecht Instituut, Donders Instituut, Zoogdierstichting (Zodion), Peitho Translational, Amsterdam Neuroscience, Noldus Information Technology, Nederlandse Vereniging voor Immunologie en het Biomedical Primate Research Centre (BPRC).
”De wetenschap werkt hard aan de ontwikkeling van proefdiervrije onderzoeksmethoden. Dat is een ontwikkeling die wij toejuichen,” zegt Monique Sundin, woordvoerder van de European Animal Research Association en Stichting Informatie Dierproeven. “Tegelijkertijd zien we dat onderzoekers verschillende onderzoeksmethoden, met en zonder proefdieren, naast elkaar gebruiken. Niet omdat ze dat willen, maar omdat iedere methode andere informatie oplevert. Juist door die combinatie ontstaan nieuwe inzichten die bijdragen aan betere behandelingen voor mensen en dieren.”
Iedere methode levert een ander antwoord
Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 400.000 dierproeven uitgevoerd voor wetenschappelijk onderzoek, veiligheids- en toxiciteitstesten, dierenwelzijn, natuurbeheer en milieubescherming. Veruit de meeste dierproeven worden uitgevoerd met muizen, ratten, vissen en vogels. Slechts 0,2 procent betreft onderzoek met honden of apen. Tegelijkertijd investeren Nederlandse onderzoekers volop in proefdiervrije innovaties, zoals organoïden, organ-on-a-chip-systemen, geavanceerde computermodellen en kunstmatige intelligentie. Deze technieken vervangen steeds vaker dierproeven, maar worden in de praktijk ook gecombineerd met dieronderzoek.
”Onderzoekers kiezen niet voor één methode, maar voor de methode die de onderzoeksvraag het beste kan beantwoorden,” zegt Sundin. “Regelmatig is een proefdiervrije techniek voldoende, maar zeker niet altijd. Soms is aanvullend onderzoek nodig om een behandeling veilig naar patiënten te kunnen brengen. Door verschillende methoden slim te combineren, krijgen onderzoekers een completer beeld van ziekteprocessen.”
Openheid over wetenschap
Tijdens BOARD26 vertellen meer dan 150 onderzoekers waarom zij hun werk doen, welke onderzoeksmethoden zij gebruiken en hoe die bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelingen, vaccins en diagnostiek. ”Openheid is belangrijk”, zegt Sundin. “Mensen hebben recht om te weten hoe medisch onderzoek tot stand komt. Ook wanneer daar moeilijke keuzes bij horen. Door onderzoekers zelf hun verhaal te laten vertellen, hopen we bij te dragen aan een eerlijk en genuanceerd gesprek over wetenschap.”
Meer informatie en de verhalen van de deelnemende onderzoekers zijn te vinden op https://www.stichtinginformatiedierproeven.nl/onderzoekers-aan-het-woord.