Huisdieren zijn geen proefdieren

20 mei 2016

Onderzoekers gebruiken geen huisdieren voor dierproeven. De wet vereist dat de meest gebruikte soorten proefdieren speciaal voor dit doel zijn gefokt. Daarom werken zij vrijwel uitsluitend met gefokte proefdieren. Af en toe gebruiken we andere dieren, zoals kippen voor onderzoek naar pluimveevaccins.

Een enkele keer komt het voor dat een proefdier na de proef een huisdier wordt. De meeste proefdieren worden gedood in het kader van de proef of na gebruik in de fok. Bij proeven is het vaak noodzakelijk de dieren te doden om hun weefsel en organen te kunnen onderzoeken. Dieren die na de proef in leven blijven, worden ingezet bij een andere proef of bij de fok van proefdieren. Sommige proefdieren komen in een stal of boerderij terecht of thuis bij particulieren. Als er geen passende bestemming is, worden de dieren alsnog gedood.

Dierenartsen in opleiding doen tijdens hun studie ook dierproeven. Stichting Proefdiervrij lanceerde samen met de Universiteit van Utrecht het dierdonorcodicil. Met dit codicil kunnen baasjes hun overleden huisdieren afstaan aan de universiteit. De universiteit kan de dieren inzetten voor practica van studenten diergeneeskunde. Hieraan werken verschillende dierenartsenpraktijken in de omgeving van Utrecht mee.