Dilemma’s bij dieronderzoek voor veehouderij

13 december 2018

De meeste dieronderzoeken bij landbouwhuisdieren (pluimvee, varkens, runderen) zijn gericht op gezondheid en welzijn van de diersoort zelf, en betreffen bijvoorbeeld dierziekten, voeding en veehouderijpraktijken. Daarnaast zijn proeven voor de ontwikkeling van diergeneesmiddelen en vaccins wettelijk vereist om deze producten tot de markt toe te laten. Ziekten bij dieren houden vaak mede verband met stalbezetting, luchtkwaliteit en afspenen op jonge leeftijd. Dergelijke projectvergunningaanvragen stellen de beoordelaars regelmatig voor dilemma’s.

Het overheidsbeleid op het gebied van duurzame veehouderij is erop gericht de omstandigheden in deze sector zodanig aan te passen dat de gezondheid van de dieren minder wordt belast en hun welzijn verbetert. Bovendien moet het antibioticagebruik worden teruggedrongen vanwege de toenemende microbiële resistentie, die ook optreedt bij organismen die de gezondheid van andere dieren of de mens bedreigen. Daarnaast is er de ambitie om de impact op milieu en landschap te beperken.

De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) vindt met name studies problematisch die weliswaar de nadelen van de huidige veehouderijsystemen benoemen, maar niet in het teken staan van verbetering van die systemen. Daarom vroeg de CCD advies aan de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) die onlangs hierover een rapport naar buiten bracht.

De belangrijkste aanbeveling van de RDA is om de problematische aspecten van veehouderijsystemen een plaats te geven in de beoordelingsprocedure. De aanvrager moet duidelijk aangeven hoe de doelstelling van het onderzoek zich verhoudt tot de huidige veehouderijpraktijken (mogelijk ‘systeembevestigend’) en hoe het onderzoek bijdraagt aan de ontwikkeling naar duurzame veehouderij. Daarmee is het dilemma overigens niet opgelost. Dieren die nu in de veehouderij worden gehouden, zijn er voor de verbeteringen van hun gezondheid en welzijn namelijk niet altijd mee geholpen.

Ziekten bij dieren als gevolg van stalbezetting en luchtkwaliteit zullen niet spontaan verdwijnen bij veranderingen in de veehouderij. Sterker nog: vanwege blootstelling aan organismen in het milieu, zoals parasieten, manifesteren bepaalde gezondheidsproblemen zich met name in alternatieve veehouderijsystemen. Verbetering van deze systemen ter bevordering van het dierenwelzijn en ter beperking van impact op het milieu hangt mede af van nieuwe stal- en voederconcepten. Die moeten worden onderzocht.

Onderzoek naar en invoering van verbeterde systemen zou nog wel eens veel tijd in beslag kunnen nemen. Daar komt bij dat, voordat deze systemen over de volle breedte in de veehouderij kunnen worden ingevoerd, vaak eerst de wet- en regelgeving moet worden aangepast. Ook dat kost tijd. Ter overbrugging van deze periode heeft onderzoek naar verbetering van welzijn van landbouwhuisdieren wel degelijk toegevoegde waarde.