Portfolio: Nieuwsberichten

Stamcelbiologen binden strijd aan met chronische longziekte

25 september 2018

Stamcelbioloog en hoogleraar Hans Clevers van de Universiteit Utrecht staat aan de leiding van een internationaal wetenschappelijk consortium dat de strijd aanbindt met de chronische longziekte COPD. Het is de bedoeling om de aandoening, waaraan in Nederland jaarlijks 6.500 mensen overlijden, met behulp van minilongen te bestrijden. Clevers heeft een reputatie op dit gebied. Negen jaar geleden kweekte hij als eerste wetenschapper ter wereld een minidarm, gevolgd door een minimaag, een minilever en meer organen op microformaat.

Het consortium is een initiatief van het Longfonds, dat door een grote nalatenschap de inzet van acht topwetenschappers kan betalen. Er is de komende jaren ruim 5 miljoen euro voor nodig het onderzoeksprogramma dat moet leiden tot het kweken van een minilong waarmee nieuwe medicijnen en behandelingen worden getest. Op dit moment lijden in Nederland bijna 600.000 mensen aan deze tot nu toe ongeneeslijke ziekte. Naar verwachting stijgt dit aantal tot ruim 800.000 in 2040. Wereldgezondheidsorganisatie WHO voorspelt dat de ziekte over ruim tien jaar de derde doodsoorzaak zal zijn.

Mensen met COPD zijn vaak kortademig, moe en hoesten veel. Dit komt door ontstekingen in hun longen en kapotte longblaasjes. De wanden zijn zo beschadigd dat ze hun werk niet meer kunnen doen. Stamcellen spelen in dit proces een sleutelrol. Bij gezonde longen repareren stamcellen beschadigd weefsel, maar bij COPD is de schade zo langdurig en chronisch dat de stamcellen lijken uitgeput. De schade aan de longen kan niet worden hersteld met de nu bestaande geneesmiddelen.

In De Volkskrant vertelt Clever dat een long bestaat uit een luchtpijp en longblaasjes: “We zijn er al in geslaagd om uit stamcellen een miniluchtpijp te kweken. Een Amerikaanse collega is nu bezig om longblaasjes te kweken. Bij elkaar moet die gekweekte long in een schaaltje – net als de andere organoïden die we hebben gemaakt – de belangrijkste eigenschappen hebben van een echte menselijke long.”

Doorgaans herstellen stamcellen beschadigd weefsel. In kapotte longen lukt dat niet. Clever denkt aan twee oorzaken. “Mogelijk raken stamcellen uitgeput doordat ze lange tijd continu beschadigingen hebben moeten repareren. Het is ook mogelijk dat de stamcellen niet meer genoeg worden ondersteund door de omgeving. Straks kunnen we in het schaaltje automatisch zien wat de stamcellen nog kunnen, of ze echt aan het einde van hun Latijn zijn.”

Met een chronisch beschadigde long kunnen Clever en zijn collega’s niet veel meer betekenen. “Als we er op tijd bij zijn, is het misschien effectief om stamcellen te gaan transplanteren. Je kunt dan denken aan gezonde stamcellen van een donor maar ook aan de stamcellen van de patiënt zelf, die in een kweekbakje worden opgelapt. Een alternatief kan zijn om de patiënt groeifactoren voor stamcellen toe te dienen, zodat de longstamcellen ter plekke kunnen worden gerevitaliseerd. In een organoïd kunnen we uitzoeken wat de perfecte cocktail is om de stamcellen hard te laten groeien. Ook kunnen we de minilong naast onze andere mini-organen leggen en zo uitzoeken welke groeimiddelen wél de long maar niet de andere organen beïnvloeden.”

Het onderzoeksteam wil ver vijf jaar een geneesmiddel op de tekentafel hebben liggen dat dan moet worden getest bij patiënten. De transplantatie van de stamcellen zal niet operatief gebeuren, zegt Clever. “Ik denk aan vernevelen. Onderzoekers hebben muizen met zwaar beschadigde longen stamcellen laten inhaleren. Na verloop van tijd herstelden bij deze dieren alle longfuncties zich, fascinerend om te zien. We zijn daar nog ver vandaan maar als ons dat bij mensen lukt, ligt genezing in het verschiet.”

Bronnen:
Volkskrant
Longfonds