Portfolio: Hoofdgroepen

Europese dierproevenrapportage

13 december 2018

De Europese Dierproevenrichtlijn (2010/63) uit 2013 regelt de verplichting van lidstaten om jaarlijks te rapporteren over dierproeven, activiteiten van de overheid maar ook over het gebruik van dieren in dierproeven. Met de invoering van de nieuwe richtlijn zijn ook de statistische rapporten ingrijpend veranderd ten aanzien van indeling en definities van een dierproef. De Europese Unie heeft vanaf 1999 zeven rapporten uitgebracht over dierproeven in Europa, het laatste over 2011 (gegevens staan in de richtlijn 2010/63, art. 54 en 57).

Het eerstvolgende Europese statistische rapport bundelt de gegevens over 2017. Een snelle blik op de website van de Europese Unie leert, dat momenteel nog maar een klein deel van de lidstaten de gegevens over 2017 heeft gepubliceerd. Dat moest vóór 10 november jongstleden. Nederland heeft dat tot nu toe nog niet gedaan. Het Europese rapport moet in 2019 worden gepubliceerd. De statistieken zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar met die van 2011 vanwege de gewijzigde aanpak.

De nieuwe richtlijn regelt ook, dat eens per vijf jaar extra informatie moet worden geleverd, namelijk over proefdieren buiten het gebruik voor dierproeven. Gedacht moet worden aan het fokken van proefdieren en de methoden die worden gebruikt om dieren te merken en te bemonsteren voor genotypering, vaak nodig bij genetisch gemodificeerde dieren. In de praktijk zijn dat overwegend muizen en zebravissen. Deze rapportage gebeurt eveneens voor het eerst over het jaar 2017 (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk). Ook deze gegevens zijn nog niet door de lidstaten gepubliceerd.

Meer info: klik hier.