Soorten proefdieren

9 mei 2016

De meeste proefdieren zijn speciaal gefokt bij erkende bedrijven die hiervoor een vergunning hebben van de overheid. Organisaties die dierproeven doen met genetisch gemodificeerde dieren fokken de dieren meestal zelf, maar stellen deze ook beschikbaar aan andere onderzoekers.

De muis en de rat zijn de meest gebruikte proefdieren. Onderzoekers voerden in 2016 271.567 dierproeven uit met deze dieren. Ook doen sommige wetenschappers onderzoek met apen: in 2016 zijn 120 dierproeven gedaan met klauwaapjes, resusapen en Java-apen. Onderzoek op mensapen zoals de chimpansee is in Nederland al langere tijd verboden en nu ook in de hele Europese Unie.

Onderzoek met wilde dieren vindt plaats in het laboratorium of in de eigen leefomgeving. Voorbeelden van dit laatste zijn studies naar de jaarlijkse trek van vogels en vissen, de gezondheid van dieren in het wild of de toestand van het ecosysteem. In 2016 zijn 1.980 dierproeven verricht op wilde dieren. Dat zijn er 7.903 minder dan in 2015. Op dieren in hun natuurlijke leefomgeving vonden 21.541 dierproeven plaats. Dit aantal is vergelijkbaar met 2015 (21.175).

Met ongewervelde dieren (zoals slakken, insecten en wormen) doen onderzoekers ook proeven. Deze dieren vallen niet onder de Wet op de dierproeven. Zeldzame dieren worden beschermd door andere regelgeving.

In onderstaand cirkeldiagram zie je alle soorten proefdieren en de aantallen (cijfers 2016):