Wet op de dierproeven

26 april 2016

De herziene Wet op de dierproeven is in december 2014 in werking getreden. De herziening volgt uit de Europese Richtlijn 2010/63/EU. De richtlijn heeft betrekking op dierproeven in wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en voor productiedoeleinden. De grootste verandering is de manier waarop een instelling een vergunning aanvraagt voor het uitvoeren van dierproeven. De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) speelt hierin een belangrijke rol.

Europese Richtlijn

De Europese Unie kwam in 2010 met een nieuwe richtlijn (2010/63) ter bescherming van dieren die voor onderzoek worden gebruikt. De vorige richtlijn dateerde van 1986. De nieuwe richtlijn biedt proefdieren betere bescherming en is veeleisender. Nederland had de meeste zaken al voor elkaar, maar moest met name het vergunningenstelsel anders organiseren. Hiervoor moest de wetgeving worden herzien. Een belangrijk pluspunt van de Europese richtlijn is dat er minder verschillen zijn in de nationale wetgeving van de lidstaten van de EU. De bescherming van proefdieren in Europa is met de nieuwe richtlijn strenger dan waar ook ter wereld.

Code Openheid Dierproeven

De Code Openheid Dierproeven bevordert de beschikbaarheid van informatie over dierproeven en de dialoog over dierproeven tussen onderzoekers en samenleving. De code is ondertekend door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en de vereniging van universiteiten (VSNU). Met deze code willen de betrokken partijen bijdragen aan meer openheid over dierproeven.