Varkens zijn evenhoevige dieren die bekend staan als alleseters. Ze planten zich snel voort en werpen veel biggen. In Nederland komen varken (wilde zwijnen) in het wild wel voor maar varkens worden vooral gehouden voor de vleesproductie. Bepaalde rassen zijn geschikt als huisdier, en voor gebruik in medisch onderzoek worden ook speciale kleine varkens (minipigs) gefokt.
In 2010 zijn 10.516 varkens voor dierproeven gebruikt. Dit kwam neer op 2% van het totaal aantal proefdieren. De helft van varkens wordt ingezet voor de ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins, de andere helft voor het doen van medisch onderzoek en een klein gedeelte in het onderwijs (geneekunde).
Varkens zijn, qua lichaamsgrootte, vergelijkbaar met de mens en daarom geschikt voor het ontwikkelen van medische ingrepen, en het trainen daarvan. Verder maken de eetgewoonten van varkens ze geschikt voor studies naar voeding en stofwisseling. De ontwikkeling van medicijnen en vaccins voor varkens moet vanzelfsprekend plaatsvinden bij het varken. Verder worden ze gebruikt voor de training van dierenartsen en medisch specialisten.