De rat is een zoogdier en behoort tot de knaagdieren, 
in de familie van de muisachtigen met o.a. muizen.
Er zijn in Nederland twee soorten ratten: de bruine rat
en de zwarte rat. In Nederland zijn de zwarte ratten, in het wild, bijna volledig verdrongen door de bruine rat.
Ratten kunnen ziekten overbrengen en kunnen zich ontwikkelen tot een plaag.
Aan het begin van de 19e eeuw zijn bruine ratten tam gemaakt, zodat ze voor wetenschappelijk onderzoek kunnen worden ingezet. Dit wordt tegenwoordig dan ook veel gedaan: in 2010 was 21% van de proefdieren (gefokte) ratten.
Dat komt neer op 120.296 dieren, waarvan het merendeel gewone ratten zijn en een klein gedeelte genetisch gemodificeerd is. Als een diereigenaar een dierdonorcodicil heeft ingevuld, kan een huisdier na het overlijden gebruikt worden voor onderwijs (geneeskunde).
Ratten zijn erg geschikt voor gedragsonderzoek. Ze kunnen snel handelingen aanleren, sneller dan bijvoorbeeld muizen. Ook zijn hun hersenen groter dan die van muizen waardoor ze meer in detail bestudeerd kunnen worden. Ratten worden gebruikt voor onderzoek naar mogelijk giftige stoffen, geneesmiddelen en verslavende stoffen. Er worden ook ratten gebruikt voor medisch onderzoek gericht op bijvoorbeeld suikerziekte, transplantaties en hart- en vaatziekten. Het zijn rustige dieren die gemakkelijk te houden zijn.