Proefdiervrije alternatieven voor wettelijk vereiste veiligheidstesten

21 december 2017

Het veiligheidsonderzoek van stoffen waaraan mens, dier en milieu blootgesteld kunnen worden moet worden aangeleverd bij toelatingsautoriteiten. De geïndustrialiseerde landen werken op dit punt intensief samen, o.a. in de OESO en de EU. De rest van de wereld maakt ook gebruik van die gegevens. Zo is de REACH-registratie van chemische stoffen openbaar. De toelating van 3V-technieken in dit toelatingsproces wordt internationaal afgestemd waarbij duidelijk te zien moet zijn wat de technieken feitelijk meten of ze robuust zijn (o.a. reproduceerbaar) en of er dierproeven mee vervangen of verfijnd kunnen worden.

In het streven van overheden om in de test programma’s proefdiervrijetechnieken op te nemen om chemische stoffen te registreren, heeft de registratie autoriteit van de EU, ECHA, een overzicht van gemaakt van de mogelijkheden die zij op de korte en langere termijn ziet. Bijgevoegd het document waarin de ontwikkelingen voor alternatieven worden bekeken, voor alle toxicologische eindpunten die op dit moment met dierproeven worden bepaald voor de registratie, classificatie en etikettering van chemische stoffen.

Hieruit blijkt dat men werkt aan andere mogelijkheden ziet, maar dat de alternatieve methoden ook nog veel beperkingen kennen.

Het streven van de Nederlandse overheid om voor 2025 alle dierproeven voor het testen van chemische stoffen te vervangen past in een internationale ontwikkeling. Dit moet resulteren in aanpassing van de internationale regelgeving, zoals REACH, waardoor ook in de praktijk dierproeven worden vervangen of verminderd