
Huisdieren worden niet gebruikt voor proeven. Als proefdier word je namelijk geboren: je bent dan speciaal gefokt voor dat doel. Heel af en toe wordt ook een wild dier voor proeven gebruikt.
Dierproeven worden ook gedaan om artsen in opleiding ervaring te laten opdoen met verschillende behandelmethoden voor mens en dier. Stichting Proefdiervrij streeft naar het vervangen van alle experimenten met proefdieren door proefdiervrije technieken. Daarom lanceerde zij onlangs samen met de Universiteit van Utrecht het dierdonorcodicil. Met dit codicil kunnen baasjes hun overleden huisdieren (honden, katten, konijnen, ratten en cavia's) afstaan aan de universiteit. De universiteit kan de dieren inzetten voor practica van studenten diergeneeskunde, waardoor de behoefte aan proefdieren afneemt. Er werken nu meerdere dierenartsenpraktijken in de omgeving van Utrecht aan mee. Als het een succes blijkt, is het de bedoeling dat het initiatief landelijk wordt ingevoerd.
Een proefdier kan een huisdier worden. Maar dat gebeurt niet vaak. De meeste proefdieren sterven ten behoeve van de proef. Het is noodzakelijk deze dieren te doden om hun weefsel en organen te onderzoeken. De dieren die na de proef nog in leven zijn, worden: