Genen zijn de erfelijke informatie in het lichaam. Sommige genen spelen een rol bij de ontwikkeling van ziekten. Zo verhoogt een bepaald gen de kans op borstkanker. Om deze ziekte beter te begrijpen, worden proefdieren gebruikt waarbij dit gen is veranderd. Dit is een genetisch gemodificeerd dier.
Ruim 14% van de dierproeven werd in 2009 op dit soort dieren verricht. Dit zijn bijna allemaal muizen. Deze zijn gefokt in het eigen laboratorium, verkregen van collega-onderzoekers of gekocht bij fokbedrijven in binnen- of buitenland.
Voor onderzoek met genetisch gemodificeerde dieren zijn altijd meer dieren nodig dan daadwerkelijk in de proef worden gebruikt. Dit komt doordat de dieren allemaal hetzelfde moeten zijn, en dus:
Er ontstaat een overschot van muizen bij onderzoek naar borstkanker. Hiervoor zijn namelijk alleen vrouwtjesmuizen geschikt. Toch kun je niet zonder mannetjesmuizen, namelijk om het juiste aantal genetisch gemodificeerde vrouwtjesmuizen te produceren. De mannetjesmuizen dragen weliswaar hetzelfde borstkanker-gen, maar bij hen veroorzaakt dit geen borstkanker, zoals bij vrouwtjesmuizen wel het geval is. De mannetjesmuizen zijn daardoor niet geschikt voor het onderzoek. Daarom zit er niks anders op dan hen te doden. Dit moet bovendien van de overheid, want niet-gebruikte proefdieren mogen niet onnodig lijden.
Hoeveel muizen zijn nodig om 60 dezelfde genetisch gemodificeerde vrouwtjesmuizen te fokken voor onderzoek naar borstkanker?
Hulp nodig of de uitkomst weten? Download hier de rekensom.