Over SID  |  FAQ  |  Contact
Home Dierproeven Proefdieren Gezondheid Kenniscentrum Wetgeving Nieuws & links

Dierexperimentencommissie

Nadat de overheid een vergunning heeft verleend aan een instelling om dierproeven te doen, moet deze een onderzoeksplan opstellen. Dit plan wordt vervolgens getoetst door een erkende Dierexperimentencommissie (DEC).

 

In Nederland zijn er ongeveer 25 DEC's. Jaarlijks toetsen zij ruim 4.000 onderzoeksplannen.

Een DEC bestaat uit ten minste zeven leden met deskundigheid op de volgende gebieden:

  • dierproeven
  • alternatieven
  • proefdieren en hun bescherming
  • ethische toetsing


Boordeling van een DEC


In de beoordeling van het onderzoeksplan kijkt een DEC naar vijftien verschillende punten, waaronder:

  • Doel van het onderzoek

Wat kunnen we ervan leren? Welk probleem wordt hier opgelost? Wie heeft belang bij de uitkomst?

  • Ethische afweging

Weegt het maatschappelijk en wetenschappelijk belang op tegen de aantasting van de belangen van de betrokken dieren?

  • Wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek 

Deze moet goed zijn (deskundige onderzoekers, goede omstandigheden voor de uitvoering van de proef). Als deze elementen ontbreken is de proef niet ethisch verantwoord. NV DEC

  • Proefopzet

In dit document geeft de onderzoeker aan wat hij precies wil onderzoeken, en hoe. Uit de proefopzet blijkt onder andere welke proefgroepen nodig zijn, met hoeveel dieren. En hoe de tijdlijn van het onderzoek eruit ziet. Wanneer welke handelingen gebeuren en waarom daarvoor gekozen is.

  • Experimentele (be)handelingen

Dit zijn de dingen die met de dieren gedaan worden, zoals wegen, het toedienen van stoffen of medicijnen (bijvoorbeeld door toevoeging aan het voer of via een injectie), het afnemen van bloed, eventuele ingrepen en eventuele leertesten.

  • Herkomst van de dieren

Waar komen de dieren vandaan? Bijvoorbeeld uit eigen fok, verkregen via collega-onderzoekers of  gekocht bij bedrijven in het buitenland. En of ze genetisch gemodificeerd zijn en of de dieren eerder zijn gebruikt voor een proef.

  • Welzijn (verzorging en behandeling) van de dieren

De beschrijving van het dierverblijf, de samenstelling van een groepje dieren, de voorzieningen voor omgevingsverrijking, het water en voer en eventuele bijzonderheden (wat is anders dan anders, en waarom).

  • Afwezigheid eventuele reële alternatieven

Welke alternatieve methoden zijn bruikbaar? Bijvoorbeeld als het eerste stuk van een onderzoek in reageerbuisjes of celkweken is uitgevoerd. Of dat met het materiaal van de dieren verdere experimenten worden gedaan. Hoe houdt de onderzoeker het aantal dieren zo klein mogelijk en bevordert hij hun kwaliteit van leven?

  • Advies proefdierdeskundige

Hij/zij houdt toezicht op het welzijn van de dieren. Bij het beoordelen van het onderzoeksplan kijkt hij/zij of het welzijn van de dieren zo goed mogelijk wordt gewaarborgd en of de voorgestelde werkwijzen voldoen aan de nieuwste inzichten op het gebied van verfijning.

  • Deskundigheid van de onderzoekers en dierenverzorgers

Hier moet blijken of degenen die de zorg voor de dieren hebben of het onderzoek opzetten of uitvoeren, voldoende deskundig en bekwaam zijn en dus de juiste papieren hebben.

 

Ethische afweging


Een DEC gaat na of de mogelijkheden voor alternatieven voldoende benut zijn. Weegt het belang van het onderzoek op tegen de aantasting van de belangen van de betrokken dieren? Dit noemen we ook wel de ethische afweging. Vaak wordt de onderzoeker nog gevraagd om verduidelijking of moet het onderzoeksplan worden bijgesteld op aanwijzing van de DEC. Bijvoorbeeld om de mate van ongerief bij de proefdieren te verminderen. Vergunninghouders die een onderzoeksplan indienen bij een DEC, laten het zelden aankomen op een negatief advies: ze passen het plan aan of trekken het terug.

 

Moeilijke keuzes

DEC's worden voor moeilijke keuzes gesteld: Wat is erger?

  • Een proef met acht honden of vijftien hamsters?
  • 50 proefdieren met weinig ongerief of 10 proefdieren met veel ongerief?


Onderzoek naar lifestyle ziektes

Obesitas muisDEC's hebben vaak moeite met de ethische toetsing van onderzoek naar lifestyle ziektes, zoals obesitas. Bij deze testen worden muizen gebruikt met het ob-gen. Dit gen zorgt ervoor dat de dieren het stofje leptine niet aanmaken, waardoor ze honger houden en blijven dooreten en dus veel te dik worden. (Afbeelding: Dieren in dienst, 2006)

Er zijn ook patiënten met dergelijke aandoeningen en die kunnen maar beperkt invloed uitoefenen op hun eetgedrag. Strenge diëten kunnen uitkomst bieden maar aan de andere kant is niet precies bekend welke voedingsgewoonten op den duur het beste zijn. Ook worden speciale dieetvoedingen uitvoerig getest, voordat ze op de markt mogen worden gebracht met een gezondheidsclaim.


Onderzoek naar brandwonden

Ook onderzoek naar brandwonden vormt een lastig dilemma voor een DEC. Derdegraads brandwonden doen geen pijn en goede behandelingen zijn nodig voor overleving en goed herstel. Toch is het gevoelsmatig lastig om dit type onderzoek toe te staan.

(Datum laatste wijziging: 09-03-2012)
Deel op Twitter Twitter Deel op Facebook Facebook
Deel op MySpace MySpace Deel op Hyves Hyves
Deel op Nujij Nujij Deel op eKudos eKudos