Borstkanker is de meest voorkomende soort kanker bij Nederlandse vrouwen: ieder jaar krijgen circa 12.000 vrouwen deze ziekte. Dit komt neer op 1 op de 8 vrouwen. Onderzoek met dieren helpt bij het ontwikkelen van succesvolle preventie, diagnostiek, behandelmethoden en geneesmiddelen.
Bij alle soorten van kanker gaat er iets mis bij de celdeling in het lichaam. In het geval van borstkanker start de kanker vaak als een klein knobbeltje (een tumor) in de borst. Als dit knobbeltje kwaadaardig is dan spreken we van borstkanker. Bij een kwaadaardige tumor kan de kanker zich verspreiden naar andere delen van het lichaam.
Bij het ontstaan van borstkanker spelen hormonen een rol. In de jaren vijftig ontdekten onderzoekers bij ratten dat vrouwelijke geslachtshormonen, vooral oestrogenen, kunnen leiden tot het ontwikkelen van borstkanker. Dankzij deze ontdekking en andere proefdierenonderzoeken zijn nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld.
Als borstkanker vroeg wordt ontdekt en de patiënt de juiste behandeling krijgt (zoals bestralingen of operaties), overleeft 80% van de patiënten de ziekte. Onderzoek met dieren heeft geleid tot de ontwikkeling van de volgende geneesmiddelen: