Er zijn verschillende bezwaren tegen het doen van dierproeven. Hieronder vind je de belangrijkste op een rijtje:
Veel mensen vinden dat het belang van dierproeven niet altijd opweegt tegen het leed van proefdieren. Dit is een ethisch bezwaar. Ook vinden sommigen dat de intrinsieke waarde van het dier wordt aangetast. Met intrinsieke waarde bedoelen we dat het dier niet uitsluitend als middel mag worden gebruikt, maar ook beschermd en gerespecteerd moet worden.
Om een goede afweging te kunnen maken worden de volgende vragen gesteld:
Niet alle resultaten van dierproeven gelden zonder meer voor mensen. Deze redenering is gebaseerd op het feit dat men een mens in het geheel vergelijkt met een dier. Dit noemen ze extrapoleren.
Het probleem ligt vooral met het schatten van doseringen. Een voorbeeld hiervan is dat de stofwisseling van dieren anders is dan bij mensen, omdat de verhouding van lichaamsgewicht en lichaamsvolume anders is. Hierdoor kan het doortrekken van de dosering van een stof (hoeveel van een stof geef je per kilo lichaamsgewicht) van dier naar mens onverwachte effecten opleveren.
Ondanks de vele overeenkomsten tussen mens en dier zijn er dus ook nog grote verschillen. Zo kan een stof, getest op een dier, bij een mens een heel andere reactie teweegbrengen dan bij het dier.
Er is ook nog een ander probleem wat het extrapoleren moeilijk maakt, namelijk het feit dat bijna alle proefdieren van een bepaalde soort vaak gelijk zijn. Zo zijn ze allemaal van hetzelfde geslacht, dezelfde stam, hebben dezelfde leeftijd, ze krijgen allemaal hetzelfde voer, ze zijn allemaal op een zelfde manier gehuisvest en vertonen vaak dezelfde reacties op bijvoorbeeld bepaalde stoffen. Bij mensen is dit natuurlijk niet het geval en deze kunnen daarom ook heel verschillend op stoffen reageren.
Het doen van dierproeven kost heel veel geld. Jaarlijks wordt daar in Nederland naar schatting 250 miljoen euro aan besteed. Dit zijn niet alleen kosten voor het doen van de experimenten maar ook de kosten voor het fokken en verzorgen van de proefdieren. De dieren moeten ook worden gehuisvest, gevoed en verzorgd. Voor de verzorging van de dieren worden mensen speciaal opgeleid. Methoden waarbij geen dieren worden gebruikt zijn vaak minder duur.