Naar schatting lijdt wereldwijd één op de tien mensen aan astma. De ziekte is niet te genezen, maar wel te behandelen. Onderzoek met dieren heeft een grote rol gespeeld bij het begrijpen van de ziekte en het ontwikkelen van inhalatiegeneesmiddelen. Zodat patiënten veilig medicijnen kunnen inademen als ze ernstig benauwd worden. Astma valt onder Chronic Obstructive Pulmory Disease (COPD), een chronische bronchitis en longemfyseem.
Astma is een (nog) ongeneeslijke ontsteking van de luchtwegen. Mensen met astma kunnen soms moeilijk ademhalen: zij worden kortademig, ademen 'piepend' of moeten hoesten. Dit komt doordat de luchtwegen snel geprikkeld raken door allerlei stoffen. Astmapatiënten hebben onder andere last van allergische of niet-allergische prikkels.
Voorbeelden van allergische prikkels:
Voorbeelden van niet-allergische prikkels:
Astmapatiënten gebruiken vaak twee soorten medicatie die zij in ademen, ook wel inhaleren genoemd. De ene soort remt de ontsteking en de andere soort heft de benauwdheid op. Dankzij inhalatiegeneesmiddelen kunnen de meeste astmapatiënten goed functioneren. Om deze middelen veilig te kunnen geven aan astmapatiënten is veel dierproefonderzoek gedaan.
Dankzij verbeterde medicatie daalt het sterftecijfer van de ziekte astma en hebben patiënten een betere kwaliteit van leven. Toch weten we nog steeds niet alles over de oorzaken van astma. Onderzoek met proefdieren is hierbij van groot belang.