De Britse biologen William Russell en Rex Burch introduceren in 1959 de 3 V's (vervanging, vermindering en verfijning) in hun boek Principles of Humane Experimental Technique. Zij gaan ervan uit dat wetenschap kan samengaan met aandacht voor dierenwelzijn en dat ernaar moet worden gestreefd om dieren zo weinig mogelijk ongerief te bezorgen. Het heeft echter zeker twintig jaar geduurd voordat de 3V's de aandacht kregen die ze verdienden.
Tegenwoordig moeten onderzoekers er rekening mee houden bij het doen van dierproeven. Het proefdiergebruik kan hierdoor worden teruggedrongen.
Het Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven (NKCA) is een centraal informatie- en coördinatiepunt op het gebied van alternatieven voor dierproeven. Het NKCA maakt deel uit van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
'Het stimuleren van de ontwikkeling, validatie (testen van betrouwbaarheid en bruikbaarheid) en toepassing van alternatieven voor dierproeven in Nederland.'
Als er alternatieve methoden voor dierproeven beschikbaar zijn, moeten deze worden gebruikt. Onderzoekers hebben de morele plicht te zoeken naar alternatieven. Wanneer er geen alternatief beschikbaar is, moet er een belangenafweging worden gemaakt, waarbij er moet worden gekeken naar het ongerief (pijn) dat het dier wordt aangedaan en het belang van de resultaten voor de mens.